VK-stokpaardVK-stokpaard

VK-stokpaard is het open spreekgestoelte van DeVeiligheidskundige. Een vrijplaats waar een genodigde veiligheidskundige zijn of haar zegje mag doen, met onze redactionele steun. De spreker mag het stokpaard doorgeven, vóór of na zelf te hebben gesproken. Liefst erna.
Lees meer

Pieter de Boer: “Discriminatie kleurenblinden ongefundeerd”

Pieter de BoerHVK Pieter de Boer verbaast zich er al jaren over dat er veel te weinig rekening gehouden wordt met mensen met een kleurzinstoornis, zoals kleurenblindheid officieel zou moeten heten. De enige manier waarop kleurenblindheid als arbeidsrisico onder controle wordt gehouden is via een nauwelijks gegrond ‘beroepsverbod’: de kleurenblinde wordt bij voorbaat uitgesloten van minstens 130 beroepen. Dat is op zijn zachtst gezegd oneerlijk. En als er iéts is waar Pieter zich niet graag bij neerlegt dan is het oneerlijkheid.

Biografie
De Boer (1971) is ingenieur technische bedrijfskunde (Hogeschool van Amsterdam) en heeft daarna een aantal jaren filosofie gestudeerd (deeltijdstudie wijsbegeerte, Vrije Universiteit Amsterdam). Hij is spelontwikkelaar bij Whatsinagame, kerkrentmeester bij de Protestantse Kerk en – wat kan een mens veel combineren – hoger veiligheidskundige. In die laatste rol werkt hij voor Aboma (als adviseur, auteur leerstof, docent en als kennisspecialist V&G-plannen in de bouw). Ook is hij cursusleider bij PHOV. Hij heeft verschillende publicaties op zijn naam staan, onder andere over veilig kleurgebruik. Zijn artikel (en het onderliggende onderzoek), gepubliceerd in NVVK-info van mei 2015, leverde hem de Andrew Hale beurs op. Het is niet vreemd dat zijn Stokpaard over de kleurzinstoornis handelt. Warm aanbevolen: zijn website www.kleurenblind.eu met vele voorbeelden van verkeerd kleurgebruik en kennisdocumenten, waaronder zijn eigen HVK-scriptie ‘Kleurzin-stoornissen en ongevallen’.

Hoe ben je op het onderwerp kleurenblindheid gekomen?
Pieter: ”Mijn zoontje Pim heeft een kleurzinstoornis (KZS). Dat heeft hij geërfd van mijn schoonvader. Hij weet daardoor nu al dat hij geen stuurman kan worden, geen machinist en geen elektricien. Het is bizar dat er voor hem zo’n 130 beroepen onbereikbaar zijn. Ik vroeg mij af of dat terecht was of dat er sprake was van pure discriminatie op grond van een handicap, dus dat ben ik gaan uitzoeken. Wij kwamen er bij onze zoon achter dat hij een KZS had doordat hij puzzelde; niet doordat de GGZ dat had vastgesteld, want dat is geen standaardtest voor peuters. Toen hij drie was maakte hij puzzels van zeventig stukjes en daarna verloor het zijn interesse. Grotere puzzels maken lukte hem niet, terwijl dat wel te verwachten zou zijn. Van een puzzelfabrikant hoorde ik dat er boven de zeventig stukjes meerdere dezelfde vormen zijn. Dat betekent dat je dan ook moet kunnen onderscheiden op grond van de afbeelding of (hoofdzakelijk) de tint. Dat kon onze zoon niet. Dat bleek ook uit zijn onconventionele keuzes bij het gebruik van kleurpotloden.”

Hoe vaak komt kleurenblindheid voor?
Pieter: ”Pim is wat dat betreft bepaald niet uniek: er zijn in Nederland circa 700.000 mensen met een kleurzinstoornis (KZS): 8 % van de mannen en 0,4 % van de vrouwen heeft een KZS. Bijna allemaal lijden ze aan de rood/groen variant. Slechts circa 200 mensen zijn volledig kleurenblind. Al die mensen worden beperkt in hun beroepskeuze en ik heb er in alle jaren dat ik ermee bezig ben nog steeds geen valide onderbouwing voor gevonden, althans geen ongevallen die zouden zijn veroorzaakt door een KZS.”

Waarop is het weren van kleurenblinden dan gebaseerd?
Pieter: ”Het enige voorval dat ik ben tegengekomen is een spoorwegongeval dat in 1875 plaatsvond in Zweden. Daar zijn twee treinen in botsing gekomen, en achteraf heeft een oogarts de suggestie gedaan dat het wel eens zou kunnen dat de machinist kleurenblind was. Dat is toen niet uitputtend onderzocht, maar men vond het blijkbaar plausibel en het is een compleet eigen leven gaan leiden. Vanaf dat moment mochten machinisten geen KZS hebben. Wrang is dat de uitsluiting min of meer klakkeloos in tal van beroepen en functies is overgenomen, terwijl het Zweedse ongeval zo’n acht jaar geleden door Engelse onderzoekers opnieuw is onderzocht. Daar kwam uit dat de seinen gewoon niet goed stonden.”

Mág die discriminatie wel?
Pieter: ”In principe mag je niet discrimineren op grond van een handicap, behalve als de veiligheid in het geding is. En dat laatste wordt zelden goed onderzocht. Men kan meestal niet eens aangeven waar het functioneren gehinderd zou worden door een KZS. Als je dat wél zou aangeven dan kun je vervolgens nog gaan bedenken of dat niet te vermijden zou zijn door de omgeving eens goed aan te pakken. Mijn ongevallenteller met KZS als oorzaak staat nog steeds op nul. Een voorbeeld: ik ken een stuurman bij de marine die al jaren met fregatten vaart. Hij is als dienstplichtige opgeklommen en misschien daardoor nooit getest op een KZS, die hij dus wel heeft. Hij wil in de burgermaatschappij aan de slag en wordt overal afgewezen op zijn KZS. Je zou verwachten dat hij in al die jaren op zee al enige aanvaringen en bijna-ongevallen heeft meegemaakt. Niet dus. Dat geeft te denken.” 

Je zou verwachten dat er – zeker in de veiligheidskunde – wel rekening gehouden wordt met visuele ergonomie en met kleurenblinden.
Pieter de BoerPieter: “Dat zou ik willen. Rode brandslanghaspels hangt men nog steeds op een bruine achtergrond, in een donker hoekje van de stamkroeg. Dat wordt dan zoeken bij een brand. Bij een lage verlichtingssterkte vermindert je kleurwaarneming ook; probeer maar eens kleuren te onderscheiden bij maanlicht. Ik trommel al jaren op hetzelfde trommeltje, maar ik zie weinig resultaat. Alleen bij de beoordeling van machines en bedieningspanelen is men er enigszins mee bezig. Ik heb aan de Arbeidsinspectie al wat kleurenblindheidsbrilletjes verstrekt; men heeft er bij de werkgroep die zich bezighoudt met machineveiligheid zelfs al een paar keer extra setjes van besteld. Dat betekent dat ze er toch iets mee doen. Visueel ergonomen hebben de kennis in huis, maar kennelijk worden ze niet gehoord. De veiligheidskleuren rood en groen zijn helaas verkeerd gekozen, en een ramp voor de kleurenblinden. Rijkswaterstaat draagt gele kleding, prima, want die heeft bewezen het meest zichtbaar te zijn. Dat ze recentelijk in de bouwsector toch voor oranje hebben gekozen is eeuwig zonde. Het argument was dat daarvan al het meeste in omloop was.”

Moeten de inzichten van de visuele ergonomie dan niet eens stevig worden nageleefd?
Pieter: ”Ja. Knoppen moeten niet alleen op een juiste, logische en bereikbare plaats zitten, maar ze moeten ook voor mensen met een KZS goed te onderscheiden zijn. Ik zag laatst eindelijk een koffieautomaat met een prachtig blauwverlicht knopje voor heet water. Schitterend; goed te zien. Jammer dat het wel boven het verkeerde doseerpijpje zat. Alle fabrikanten roepen dat hun spullen zo intuïtief te bedienen zijn, vooral in de consumentenelektronica. Ik heb een nachtlamp met ingebouwde wekkerradio van een zeer bekend merk, waarbij de fabrikant de intuïtieve bediening via slechts drie knoppen aanprees. Hij moet eens zien hoe ik ’s ochtends met alle drie die knoppen in de weer ben. Maar dat heeft minder te maken met de zichtbaarheid. Ook daarvan een voorbeeld: een buurman kocht een nieuwe Japanse auto, met zo’n display in plaats van discrete instrumenten en klokken. Rode wijzers en teksten op een zwarte achtergrond. ’s Avonds kon hij dat niet zien. Je zou denken dat dat wel te veranderen zou zijn, maar de fabrikant deed niets met de klacht. Daar zit je dan met je nieuwe auto.”

Auto’s zijn vaak blauwachtig grijs of grijsachtig blauw. Waarom niet wit of geel?
Pieter: “De mode dicteert en gaat blijkbaar boven de veiligheid. Ik wil als veiligheidskundige het liefste in een gele auto rijden, maar de hoofdkleur van ons bedrijfslogo is blauw. Er zit weliswaar ook geel in, maar de leasemaatschappij kan een gele auto aan niemand anders kwijt.”

Dus de verkeersveiligheid valt nog te verbeteren.
Pieter: “Niet slechts wat betreft de kleur van auto’s. Ik erger me groen en geel aan de rode kruisen op de matrixborden boven de snelweg. Iemand met een KZS heeft daar grote moeite mee. Ik heb erover gecorrespondeerd met Rijkswaterstaat, maar men heeft de zichtbaarheid beoordeeld en het zou een enorme investering zijn om dat te veranderen. Hetzelfde geldt voor de bordjes ‘politie’ en ‘volgen’. Ook rood op zwart, of eigenlijk rood op grijs door de overliggende helderheid van de reflectie van omgevingslicht in de achterruit. Zelfs voor iemand zónder een KZS is dat lastig, zeker bij bijvoorbeeld regen. En voor ouderen, want vanaf je 45e gaat je contrastzicht ook snel achteruit. De boetes voor het rijden op afgekruiste rijstroken en voor het niet volgen van een aanwijzing van een ambtenaar in functie zijn fors: reden temeer om deze kennis eens mee te nemen.”

Kleuren worden vaak gebruikt op bedienschermen van machines of installaties. Wordt daarbij rekening gehouden met kleurenblinden?
Pieter de Boer
Pieter: ”Nauwelijks. Ik ben er met derdejaarsstudenten Industrieel Ontwerp van de TU Delft over in gesprek gegaan en ik was bijna met stomheid geslagen over het gebrek aan aandacht dat er is voor het gebruik van kleur en over dubbele codering, bijvoorbeeld in kleur én in tekst. Soms is er zelfs bewust gekozen voor het weglaten van tekst om een scherm niet te druk te maken. Dat kan wel, maar zorg er dan voor dat een alarm niet alleen de kleur van een pictogrammetje van groen naar rood laat omspringen. Ik ben ook tekeningen tegengekomen waar kleuren een belangrijke betekenis hadden, bijvoorbeeld de plekken waar beveiligers moeten staan op een plattegrond van een fabrieksterrein. Voor een persoon met een KZS niet te zien, en zelfs voor een ‘niet-gehandicapte’ is dat op locatie onleesbaar als het terrein met natriumlampen wordt verlicht. Dan moet je je zaklamp erbij pakken. Zulke dingen zijn treurig, vooral als je precies hetzelfde had kunnen bereiken met bijvoorbeeld een arcering.”

Terug naar dat schermpje. Hoe komt het dat men het zo fout ontwerpt?
Pieter: ”Ik denk dat dat komt door de mensen die het ontwikkelen. Dat zijn heel vaak jeugdige computerprogrammeurs met een prima visuswaarde en blijkbaar geen KZS. Het is allemaal software en kan in principe zó worden aangepast. Ik vraag me dan af in hoeverre het product wordt getest. Zet er eens een bejaarde achter met verminderd contrastzicht en iemand met een KZS en evalueer de resultaten. Nee: wat men doet is bij voorbaat alle mensen met een KZS uitsluiten van bepaalde functies en dan roepen dat dát de ongevallen voorkomt. Op die manier krijg je een soort zelfbevestigende cirkelredenering die de discriminatie van kleurenblinden in stand houdt.”

Tenslotte: wil je nog iets meegeven of ergens toe oproepen?
Pieter: ”Zeker wel. Als er collega’s zijn die een ongeval hebben onderzocht waarbij KZS als oorzaak naar voren is gekomen, dan hoor ik het graag, want mijn teller staat nog steeds op nul. Verder zou het mooi zijn als veiligheidskundigen zich verdiepen in de basisprincipes van visuele waarneming en in wat de gevolgen van een KZS zijn in voorkomende omstandigheden. Zelfs voor mensen met een normaal zicht worden allerlei inzichten en adviezen gewoon genegeerd. De dominee staat, gekleed in het zwart, op een zwarte preekstoel tegen een witte achterwand. Dat is heel vermoeiend kijken, net als een zwarte rand rond een computerscherm vanwege de grote contrastverschillen. Het Rijksmuseum doet het tegenwoordig beter met zijn grijze wanden. Zorg voor voldoende maar niet al te sterk contrast en vermijd enkelvoudige functionele codering in kleuren. Vermijd rood op zwart of blauw, kies voor het gele signaalhesje en als je met kleuren werkt, zorg dan voor onderscheid dat ook door mensen met een KZS is te zien. Het rode verkeerslicht zit boven en het groene onder. Dat is in Nederland gelukkig wél gestandaardiseerd.”
(MC)

Leestip: ‘Het eiland der kleurenblinden’ door Oliver Sacks