Jaardag Duurzaam Ondernemen VVVF
DeVeiligheidskundige.nl volgde een leerzame introductie bij Interface tapijtfabriek
Op uitnodiging van de VVVF (Vereniging van Verf- en Drukinktfabrikanten) bezocht deVeiligheidskundige hun jaarlijks georganiseerde themadag. Op 16 maart konden de leden van de VVVF en de VLK (Vereniging van Lijmen en Kitten) terecht bij Interface in Scherpenzeel. Een inspirerende locatie waar al sinds de vroege jaren ’60 nagenoeg onverslijtbare tapijttegels worden gemaakt. Duurzaam ondernemen geldt er al ruim twee decennia als speerpunt.
De voornaamste overeenkomst tussen tapijttegels en verf is het tweedimensionale karakter, meldde Bas Haring, Nederlands bekendste filosoof. Haring was bereid gevonden op te treden als dagvoorzitter en deed dat met verve. Interface – bij velen nog steeds een begrip onder de oude naam Heuga - trad op als gastheer en stelde de poorten van haar Nederlandse fabriek open voor de leden van de VVVF. Dat had overigens niet te maken met de overeenkomsten in de producten: Interface is geen lid van de VVVF, maar heeft wel te maken met gevaarlijke stoffen en uiteraard met duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Kijken ‘buiten je koker’
Catelijne Hopmans, verantwoordelijk voor projecten en communicatie bij de VVVF en tevens de organisatorische spil van de jaardag, meldde dat ze contact had gezocht met Interface vanwege hun uitstekende reputatie op het gebied van duurzaam ondernemen. Reeds in 1994 werd door de oprichter en voorzitter van Interface, Ray Anderson, Mission Zero® gelanceerd, een langetermijndoelstelling die de negatieve impact op het milieu in 2020 moest elimineren. Geen geringe opgave voor een traditioneel productiebedrijf dat vooral nylon en bitumen verwerkt in een tijd dat er nauwelijks interesse was voor hergebruik en een circulaire economie. Naar bleek uit twee presentaties van Geanne van Arkel, head of sustainable development bij Interface Nederland, is de CO2-footprint op dit moment nog slechts de helft van die in 1996 en zal die in 2020 met 80% zijn gereduceerd. Hopmans van de VVVF: “We kijken bewust ook buiten onze eigen branche: op het gebied van innovatie, duurzaamheid en veiligheid valt er veel inspiratie op te doen door te kijken bij andere sectoren. Ook onze eigen VVVF- en VLK-lidbedrijven zijn zeer actief en delen hun kennis en ervaringen, vooral op het gebied van veiligheid, wat ze beschouwen als ‘openbaar goed’. Het VVVF Veiligheid Voorop expertteam werkt momenteel aan het opzetten van een veiligheidsbeheerssysteem (VBS) voor MKB-bedrijven in onze achterban. De verwachting is dat dit later dit jaar zal worden uitgerold. Op deze manier zetten we concrete stappen om het veiligheidsniveau voor de hele branche omhoog te tillen.”
Duurzame tapijttegelproductie bij Interface
Interface kijkt bij de verduurzaming niet slechts naar de eigen processen (zoals afvalproductie, emissies en energieverbruik), maar ook naar processen en effecten ver buiten de eigen fabriekspoorten. Klanten en leveranciers worden gemotiveerd om anders te denken. De tapijttegel zelf is al herbruikbaar. Tijdloze en tegelijk moderne, op de natuur geïnspireerde ontwerpen maken dat hergebruik aantrekkelijk. Tapijttegels hebben nog meer voordelen: vergelijking van snijverliezen met ‘kamerbreed’ pakken zeer gunstig uit voor de tegel, en reparatie van schade is veel eenvoudiger. Interface maakt afspraken over inname van partijen gebruikte tegels, die na selectie en reiniging een nieuw leven tegemoet gaan (re-use). Daarnaast wordt in Scherpenzeel fors gerecycled, wat voor nylon 6 niet leidt tot degradatie van de polymeer en verslechtering van het eindproduct. Nylon kousen en visnetten leveren prima grondstoffen en worden zo lokaal mogelijk ingekocht en verwerkt tot nieuwe producten. Aziatische vissers zijn op die manier onderdeel van het duurzaamheidsstreven en verkopen hun versleten netten liever aan Interface dan dat ze die laten bijdragen aan de plasticsoep in de oceanen. De backing van tapijttegels, bestaande uit geschuimde bitumen met momenteel 70% gerecyclede kalk (voor het gewicht), behoeft niet te worden verlijmd met de ondergrond, wat ook het milieu ontlast en hergebruik bevordert.
Bio-based
Voor nieuwe producten wordt geëxperimenteerd met bamboe, brandnetels, vlas, hennep en het ‘droogtebestendige’ gewas ricinus (wonderboom), waarvan uit de bonen olie wordt gewonnen die de afhankelijkheid van aardolie vermindert. Bio-based is niet het heilige toverwoord: bij elk hernieuwbaar bronmateriaal weegt Interface ook de ‘tegens’. Hoe snel herstelt het ecosysteem zich, wat is de impact op de landbouw (treedt er verdringing op van de voedselproductie), wat is de invloed van eventuele genetisch gemodificeerde gewassen? Het algemene uitgangspunt is dat de positieve impact omhoog moet en de negatieve impact omlaag. Het benutten van reststromen van andere (nabije) industrieën staat hoger op de prioriteitenlijst dan het gebruiken van maagdelijke grondstoffen. Hergebruik staat nog een stapje hoger op de ladder.
Veiligheid bij Interface
Dat er af en toe een heftruck langs de grote zaal reed, bleek geen enkel bezwaar. Die ruimte was vroeger een productiehal, maar is ‘hergebruikt’ als presentatiezaal, waarbij – uiteraard – de tapijtvloer bijdraagt aan een goede akoestiek. Bij de rondleiding die in de ochtend plaatsvond in de fabriek werden slechts de groen omlijnde, ‘PBM-vrije’ (en dus heftruckvrije) paden betreden door de bezoekers. De professioneel gemonteerde veiligheidsinstructievideo was al bij de receptie op flatscreens te zien, maar werd nog eens geheel bekeken door de groepen, die inmiddels van draadloze hoofdtelefoons werden voorzien. Deze ontvangers dempten tevens het omgevingsgeluid in de fabriek, waardoor het verhaal van de gidsen kon worden gevolgd en gehoorschade werd voorkomen. Naast moderne computergestuurde machines heeft Interface ook nog onverslijtbare elektromechanische kolossen in bedrijf waarmee wordt ‘getuft’ (garens op het vlies aangebracht) en geschoren (bijvoorbeeld om van ‘lussen à la badstof’ open, staande ‘palen’ te maken). Ook dat heeft te maken met duurzaamheid en het verdient een compliment. Interface heeft zichtbaar moeite gedaan om ook de oudere productielijnen van extra afschermingen en moderne arbotechnisch verantwoorde veiligheidssystemen te voorzien.
Veiligheid van tapijttegels: elektrostatische oplading, brandwerendheid en (fijn)stof
Het lukt enkele toehoorders (waaronder deVeiligheidskundige) om Van Arkel kort enige veiligheidsaspecten van nylon tapijttegels te laten belichten. Nylon staat bekend als een materiaal dat bij wrijving met schoeisel kan zorgen voor statische oplading van het lichaam. Dat kan hinderlijke schokken veroorzaken, ontladingen bedreigen elektronische apparatuur en vonkjes kunnen zorgen voor explosiegevaar. Bijna alle tapijt wordt antistatisch behandeld. Dat gebeurt met speciale ‘dopes’ en inbedding van geleidende banen die aan de achterzijde in contact staan met de ondergrond. Tijdens het productieproces – waar het vonk- en (stof)explosierisico immers ook bestaat – zorgen waternevelaars voor een luchtvochtigheid waarbij dat risico minimaal is. Eventuele brandvertragende eigenschappen worden ingebracht via andere additieven (veelal toxische organobroomverbindingen, red.), maar die zijn in veel Europese landen niet of beperkt toegestaan. Bijvoorbeeld in België worden ze toegestaan, terwijl in Nederland een restrictief regime geldt. Dat is lastig voor een producent. Van Arkel wil afrekenen met de fabel dat tapijt allergische reacties zou bevorderen: “Onderzoek heeft aangetoond dat er juist minder huisstof, huisstofmijt en ander stof in de binnenatmosfeer zit dan bij de vroeger aanbevolen gladde vloeren. Dat is dus geen reden om bijvoorbeeld in zieken- of verzorgingshuizen af te zien van tapijt. Een gladde vloer doet eventueel stof gemakkelijk opwervelen, terwijl tapijt het invangt.” Andere veiligheidsaspecten zijn de stroefheid, de warmte-isolerende eigenschappen en de geluiddemping.
Middagprogramma
Het middagprogramma bestaat uit lezingen van Guus Duray, voorzitter van de VVVF, de eerder genoemde Geanne van Arkel van Interface en André Veneman van Akzo Nobel Decorative Coatings (een van de leden van de VVVF), allemaal met duurzaamheid als kernthema en aaneengepraat door Bas Haring. Haring heette lachend de ‘smeerders’ en de ‘kitters’ welkom, haakte rechtstreeks in op zaken die de sprekers en de toehoorders te berde brachten en zorgde voor een filosofisch intermezzo over de bereidheid van de mens om duurzaam te leven. Duurzaamheid werd door Haring gedefinieerd als ‘rekening houden met de mensen die in de toekomst zullen leven’. Het gaat erom hoe belangrijk je de mensen in de toekomst vindt ten opzichte van de mensen nu. Dat illustreerde hij met de vraag welk bedrag wij bereid zijn te betalen voor een reep chocola nu en wat voor een reep die pas over een jaar kan worden genoten. Het nu is daarbij belangrijker en uitgestelde beloning wordt lager gewaardeerd naarmate die zich verder in de toekomst bevindt. De waarde van de reep chocola-over-tien-jaar kan daarmee in het heden zelfs nul zijn, en dat geldt net zo voor bijvoorbeeld de investeringen in het milieu. Op deze dag na de verkiezingen refereert Haring aan de tegengestelde uitspraken die door VVD-prominenten zijn gedaan over budgetten voor duurzaamheidsdoelen. Ed Nijpels zegt dat er vijftig miljard moet worden gereserveerd tegenover Mark Rutte die milieu heel belangrijk vindt, maar ook beweert dat ‘het ons geen geld mag gaan kosten’. Dát de toekomst belangrijk is onderschrijft iedereen, maar hoeveel een individu of bedrijf vandaag wil investeren om een probleem van morgen op te lossen verschilt.
Middagprogramma deel 2
Na de middagpauze, waarin hevig wordt genetwerkt en verschillende stands van leveranciers, dienstverleners en opleiders worden bezocht, is het woord aan de ‘klanten’ van de verfindustrie. Ruud Maas, voorzitter van OnderhoudNL, opent met de stelling dat onderhoud per definitie duurzaam is: het conserveren zorgt ervoor dat iets langer meegaat. Hij schetst de belangrijkste ontwikkelingen in het duurzaamheidsdenken in deze eeuw, met als mijlpalen de eerste leerstoel maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) bij Nijenrode in 2000, de uitzending van Tegenlicht over Cradle-to-Cradle in 2006, het verplicht duurzaam inkopen door overheden in 2010 en natuurlijk het klimaatakkoord van Parijs in 2014. Max Sonnen beschrijft vervolgens de in ontwikkeling zijnde tool waarmee de CO2-footprint van een schilderbeurt kan worden berekend. Op basis van enkele relevante gegevens van het coatingsproduct, het aantal behandelde vierkante meters, het werk-reisgedrag van de applicateurs en het gebruik van hulpmiddelen als een hoogwerker komt daar een gekleurd label uit, A t/m E van zeer goed tot slecht.
Energieneutraal wonen
Hekkensluiter is Ronald Francken, sustainability director van woningcorporatie Aedes. Hij wijdt uit over het onderhoudsbudget van 3,5 miljard en het streven van Aedes naar betaalbare en energiezuinige woningen met een lage energie-index (nu gemiddeld 1,85). De bedoeling is dat woningen ooit volkomen energieneutraal worden. Franken beschrijft welke wegen er gevolgd kunnen worden om dat te bereiken. De eerste doelstelling is ervoor te zorgen dat woningen 50% van de woninggebonden energieverbruik zelf, lokaal, opwekken. Uiteraard is optimale isolatie, te beginnen met de binnenschil van de bestaande woningen, de eerste stap. Het minimaliseren van de CO2-bijdrage kan ook worden ondersteund door minder voor de hand liggende maatregelen, zoals steenachtige bouwmaterialen die bij hun harding kooldioxide uit de lucht vastleggen in de chemische bindingen. Haring gooit er aan het slot van Frankens betoog een gewaagde (retorische) vraag tegenaan: “Wat maakt toch die goedkope uitstraling van woningbouwhuizen? Zijn het wellicht de plastic kozijnen?” De zaal kraakt even in stilte voordat men durft te lachen. Ook voor verkleurend plastic bestaan coatings.
Afscheid Martin Terpstra
Aansluitend wordt Martin Terpstra bedankt voor 29 jaar inspanning als voorzitter van de VVVF. Hij heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en gaat de verfbranche van een andere kant bekijken: in zijn toespraak meldde hij dat hij het penseel oppakt. Als kunstschilder. DeVeiligheidskundige wenst hem bij deze veel inspiratie toe.
(MC)
Op uitnodiging van de VVVF (Vereniging van Verf- en Drukinktfabrikanten) bezocht deVeiligheidskundige hun jaarlijks georganiseerde themadag. Op 16 maart konden de leden van de VVVF en de VLK (Vereniging van Lijmen en Kitten) terecht bij Interface in Scherpenzeel. Een inspirerende locatie waar al sinds de vroege jaren ’60 nagenoeg onverslijtbare tapijttegels worden gemaakt. Duurzaam ondernemen geldt er al ruim twee decennia als speerpunt.
De voornaamste overeenkomst tussen tapijttegels en verf is het tweedimensionale karakter, meldde Bas Haring, Nederlands bekendste filosoof. Haring was bereid gevonden op te treden als dagvoorzitter en deed dat met verve. Interface – bij velen nog steeds een begrip onder de oude naam Heuga - trad op als gastheer en stelde de poorten van haar Nederlandse fabriek open voor de leden van de VVVF. Dat had overigens niet te maken met de overeenkomsten in de producten: Interface is geen lid van de VVVF, maar heeft wel te maken met gevaarlijke stoffen en uiteraard met duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen.Kijken ‘buiten je koker’
Catelijne Hopmans, verantwoordelijk voor projecten en communicatie bij de VVVF en tevens de organisatorische spil van de jaardag, meldde dat ze contact had gezocht met Interface vanwege hun uitstekende reputatie op het gebied van duurzaam ondernemen. Reeds in 1994 werd door de oprichter en voorzitter van Interface, Ray Anderson, Mission Zero® gelanceerd, een langetermijndoelstelling die de negatieve impact op het milieu in 2020 moest elimineren. Geen geringe opgave voor een traditioneel productiebedrijf dat vooral nylon en bitumen verwerkt in een tijd dat er nauwelijks interesse was voor hergebruik en een circulaire economie. Naar bleek uit twee presentaties van Geanne van Arkel, head of sustainable development bij Interface Nederland, is de CO2-footprint op dit moment nog slechts de helft van die in 1996 en zal die in 2020 met 80% zijn gereduceerd. Hopmans van de VVVF: “We kijken bewust ook buiten onze eigen branche: op het gebied van innovatie, duurzaamheid en veiligheid valt er veel inspiratie op te doen door te kijken bij andere sectoren. Ook onze eigen VVVF- en VLK-lidbedrijven zijn zeer actief en delen hun kennis en ervaringen, vooral op het gebied van veiligheid, wat ze beschouwen als ‘openbaar goed’. Het VVVF Veiligheid Voorop expertteam werkt momenteel aan het opzetten van een veiligheidsbeheerssysteem (VBS) voor MKB-bedrijven in onze achterban. De verwachting is dat dit later dit jaar zal worden uitgerold. Op deze manier zetten we concrete stappen om het veiligheidsniveau voor de hele branche omhoog te tillen.”
Duurzame tapijttegelproductie bij Interface

Interface kijkt bij de verduurzaming niet slechts naar de eigen processen (zoals afvalproductie, emissies en energieverbruik), maar ook naar processen en effecten ver buiten de eigen fabriekspoorten. Klanten en leveranciers worden gemotiveerd om anders te denken. De tapijttegel zelf is al herbruikbaar. Tijdloze en tegelijk moderne, op de natuur geïnspireerde ontwerpen maken dat hergebruik aantrekkelijk. Tapijttegels hebben nog meer voordelen: vergelijking van snijverliezen met ‘kamerbreed’ pakken zeer gunstig uit voor de tegel, en reparatie van schade is veel eenvoudiger. Interface maakt afspraken over inname van partijen gebruikte tegels, die na selectie en reiniging een nieuw leven tegemoet gaan (re-use). Daarnaast wordt in Scherpenzeel fors gerecycled, wat voor nylon 6 niet leidt tot degradatie van de polymeer en verslechtering van het eindproduct. Nylon kousen en visnetten leveren prima grondstoffen en worden zo lokaal mogelijk ingekocht en verwerkt tot nieuwe producten. Aziatische vissers zijn op die manier onderdeel van het duurzaamheidsstreven en verkopen hun versleten netten liever aan Interface dan dat ze die laten bijdragen aan de plasticsoep in de oceanen. De backing van tapijttegels, bestaande uit geschuimde bitumen met momenteel 70% gerecyclede kalk (voor het gewicht), behoeft niet te worden verlijmd met de ondergrond, wat ook het milieu ontlast en hergebruik bevordert.
Bio-based
Voor nieuwe producten wordt geëxperimenteerd met bamboe, brandnetels, vlas, hennep en het ‘droogtebestendige’ gewas ricinus (wonderboom), waarvan uit de bonen olie wordt gewonnen die de afhankelijkheid van aardolie vermindert. Bio-based is niet het heilige toverwoord: bij elk hernieuwbaar bronmateriaal weegt Interface ook de ‘tegens’. Hoe snel herstelt het ecosysteem zich, wat is de impact op de landbouw (treedt er verdringing op van de voedselproductie), wat is de invloed van eventuele genetisch gemodificeerde gewassen? Het algemene uitgangspunt is dat de positieve impact omhoog moet en de negatieve impact omlaag. Het benutten van reststromen van andere (nabije) industrieën staat hoger op de prioriteitenlijst dan het gebruiken van maagdelijke grondstoffen. Hergebruik staat nog een stapje hoger op de ladder.
Veiligheid bij Interface
Dat er af en toe een heftruck langs de grote zaal reed, bleek geen enkel bezwaar. Die ruimte was vroeger een productiehal, maar is ‘hergebruikt’ als presentatiezaal, waarbij – uiteraard – de tapijtvloer bijdraagt aan een goede akoestiek. Bij de rondleiding die in de ochtend plaatsvond in de fabriek werden slechts de groen omlijnde, ‘PBM-vrije’ (en dus heftruckvrije) paden betreden door de bezoekers. De professioneel gemonteerde veiligheidsinstructievideo was al bij de receptie op flatscreens te zien, maar werd nog eens geheel bekeken door de groepen, die inmiddels van draadloze hoofdtelefoons werden voorzien. Deze ontvangers dempten tevens het omgevingsgeluid in de fabriek, waardoor het verhaal van de gidsen kon worden gevolgd en gehoorschade werd voorkomen. Naast moderne computergestuurde machines heeft Interface ook nog onverslijtbare elektromechanische kolossen in bedrijf waarmee wordt ‘getuft’ (garens op het vlies aangebracht) en geschoren (bijvoorbeeld om van ‘lussen à la badstof’ open, staande ‘palen’ te maken). Ook dat heeft te maken met duurzaamheid en het verdient een compliment. Interface heeft zichtbaar moeite gedaan om ook de oudere productielijnen van extra afschermingen en moderne arbotechnisch verantwoorde veiligheidssystemen te voorzien.
Veiligheid van tapijttegels: elektrostatische oplading, brandwerendheid en (fijn)stof
Het lukt enkele toehoorders (waaronder deVeiligheidskundige) om Van Arkel kort enige veiligheidsaspecten van nylon tapijttegels te laten belichten. Nylon staat bekend als een materiaal dat bij wrijving met schoeisel kan zorgen voor statische oplading van het lichaam. Dat kan hinderlijke schokken veroorzaken, ontladingen bedreigen elektronische apparatuur en vonkjes kunnen zorgen voor explosiegevaar. Bijna alle tapijt wordt antistatisch behandeld. Dat gebeurt met speciale ‘dopes’ en inbedding van geleidende banen die aan de achterzijde in contact staan met de ondergrond. Tijdens het productieproces – waar het vonk- en (stof)explosierisico immers ook bestaat – zorgen waternevelaars voor een luchtvochtigheid waarbij dat risico minimaal is. Eventuele brandvertragende eigenschappen worden ingebracht via andere additieven (veelal toxische organobroomverbindingen, red.), maar die zijn in veel Europese landen niet of beperkt toegestaan. Bijvoorbeeld in België worden ze toegestaan, terwijl in Nederland een restrictief regime geldt. Dat is lastig voor een producent. Van Arkel wil afrekenen met de fabel dat tapijt allergische reacties zou bevorderen: “Onderzoek heeft aangetoond dat er juist minder huisstof, huisstofmijt en ander stof in de binnenatmosfeer zit dan bij de vroeger aanbevolen gladde vloeren. Dat is dus geen reden om bijvoorbeeld in zieken- of verzorgingshuizen af te zien van tapijt. Een gladde vloer doet eventueel stof gemakkelijk opwervelen, terwijl tapijt het invangt.” Andere veiligheidsaspecten zijn de stroefheid, de warmte-isolerende eigenschappen en de geluiddemping.
Middagprogramma

Het middagprogramma bestaat uit lezingen van Guus Duray, voorzitter van de VVVF, de eerder genoemde Geanne van Arkel van Interface en André Veneman van Akzo Nobel Decorative Coatings (een van de leden van de VVVF), allemaal met duurzaamheid als kernthema en aaneengepraat door Bas Haring. Haring heette lachend de ‘smeerders’ en de ‘kitters’ welkom, haakte rechtstreeks in op zaken die de sprekers en de toehoorders te berde brachten en zorgde voor een filosofisch intermezzo over de bereidheid van de mens om duurzaam te leven. Duurzaamheid werd door Haring gedefinieerd als ‘rekening houden met de mensen die in de toekomst zullen leven’. Het gaat erom hoe belangrijk je de mensen in de toekomst vindt ten opzichte van de mensen nu. Dat illustreerde hij met de vraag welk bedrag wij bereid zijn te betalen voor een reep chocola nu en wat voor een reep die pas over een jaar kan worden genoten. Het nu is daarbij belangrijker en uitgestelde beloning wordt lager gewaardeerd naarmate die zich verder in de toekomst bevindt. De waarde van de reep chocola-over-tien-jaar kan daarmee in het heden zelfs nul zijn, en dat geldt net zo voor bijvoorbeeld de investeringen in het milieu. Op deze dag na de verkiezingen refereert Haring aan de tegengestelde uitspraken die door VVD-prominenten zijn gedaan over budgetten voor duurzaamheidsdoelen. Ed Nijpels zegt dat er vijftig miljard moet worden gereserveerd tegenover Mark Rutte die milieu heel belangrijk vindt, maar ook beweert dat ‘het ons geen geld mag gaan kosten’. Dát de toekomst belangrijk is onderschrijft iedereen, maar hoeveel een individu of bedrijf vandaag wil investeren om een probleem van morgen op te lossen verschilt.
Middagprogramma deel 2
Na de middagpauze, waarin hevig wordt genetwerkt en verschillende stands van leveranciers, dienstverleners en opleiders worden bezocht, is het woord aan de ‘klanten’ van de verfindustrie. Ruud Maas, voorzitter van OnderhoudNL, opent met de stelling dat onderhoud per definitie duurzaam is: het conserveren zorgt ervoor dat iets langer meegaat. Hij schetst de belangrijkste ontwikkelingen in het duurzaamheidsdenken in deze eeuw, met als mijlpalen de eerste leerstoel maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) bij Nijenrode in 2000, de uitzending van Tegenlicht over Cradle-to-Cradle in 2006, het verplicht duurzaam inkopen door overheden in 2010 en natuurlijk het klimaatakkoord van Parijs in 2014. Max Sonnen beschrijft vervolgens de in ontwikkeling zijnde tool waarmee de CO2-footprint van een schilderbeurt kan worden berekend. Op basis van enkele relevante gegevens van het coatingsproduct, het aantal behandelde vierkante meters, het werk-reisgedrag van de applicateurs en het gebruik van hulpmiddelen als een hoogwerker komt daar een gekleurd label uit, A t/m E van zeer goed tot slecht.
Energieneutraal wonen
Hekkensluiter is Ronald Francken, sustainability director van woningcorporatie Aedes. Hij wijdt uit over het onderhoudsbudget van 3,5 miljard en het streven van Aedes naar betaalbare en energiezuinige woningen met een lage energie-index (nu gemiddeld 1,85). De bedoeling is dat woningen ooit volkomen energieneutraal worden. Franken beschrijft welke wegen er gevolgd kunnen worden om dat te bereiken. De eerste doelstelling is ervoor te zorgen dat woningen 50% van de woninggebonden energieverbruik zelf, lokaal, opwekken. Uiteraard is optimale isolatie, te beginnen met de binnenschil van de bestaande woningen, de eerste stap. Het minimaliseren van de CO2-bijdrage kan ook worden ondersteund door minder voor de hand liggende maatregelen, zoals steenachtige bouwmaterialen die bij hun harding kooldioxide uit de lucht vastleggen in de chemische bindingen. Haring gooit er aan het slot van Frankens betoog een gewaagde (retorische) vraag tegenaan: “Wat maakt toch die goedkope uitstraling van woningbouwhuizen? Zijn het wellicht de plastic kozijnen?” De zaal kraakt even in stilte voordat men durft te lachen. Ook voor verkleurend plastic bestaan coatings.
Afscheid Martin Terpstra
Aansluitend wordt Martin Terpstra bedankt voor 29 jaar inspanning als voorzitter van de VVVF. Hij heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en gaat de verfbranche van een andere kant bekijken: in zijn toespraak meldde hij dat hij het penseel oppakt. Als kunstschilder. DeVeiligheidskundige wenst hem bij deze veel inspiratie toe.
(MC)
Datum: 24 maart 2017
Auteur: DVK Redactie
© De Veiligheidskundige
Agenda
Vacatures
Process Safety Engineer (full-time)
HBO | Randstad, West
Adviseur veiligheid en gezondheid
HBO | Midden
Arbo & Preventie Coördinator
HBO, MBO | Oost
SHE Specialist | Safety, Health, Environmental | Food
HBO, MBO | West