Column Flip: Corpus alienum
| Flip de Reede | Flip
Het gekrijs is zelfs in mijn slaaphok te horen. Het is erger dan Madonna tijdens het Eurovisie Songfestival, alleen ging dat niet gepaard met godslasteringen van Knijtijzer. Voor mijn geestesoog zie ik alweer een handgemeen, maar dat klopt niet met de alleszins ontspannen toestand waarin ik De Knijt vanmorgen nog bij de koffiemachine van Ons Bedrijf heb aangetroffen.
Hij drinkt net als ik bij voorkeur het met kokend leidingwater aangelengde concentraat uit de machine, ook als Bets haar verse variant heeft gefabriceerd. Bets’ koffie vormt namelijk een serieus arbeidsrisico, vooral omdat ze zelf geen koffie lust. De Demingcirkel is bij haar een haakje-sluiten. (‘Ook een kopje Bets?’ ‘Nee hoor, alsjeblieft niet, ik zet voor mezelf wel een lekker potje thee.’) De terugkoppeling van het resultaat gaat uitsluitend via de enkeling die uit beleefdheid – en alleen als Bets in de buurt is – haar kan ter hand neemt. Vrijgezel Diesel-Tinus is wel wat gewend en speelt het zelfs klaar om haar product glimlachend te prijzen, zelfs als de afwaskwast erin staat. Zo wordt het natuurlijk nooit wat met die koffie, maar we houden het, naast het instant laxeermiddel, graag achter de hand voor de auditor. Handig als onze tijd begint te dringen.
Het gebrul is inmiddels gedempt tot een aanvaardbaar niveau, maar ook de werkgeluiden zijn verstomd en dan kan het niet lang duren voordat Sjef Scheurwater himself polshoogte komt nemen. Ik kom dus maar eens uit mijn stoel, en trek vast een incidentenformulier uit de map. De nieuwsberichten over onbegrijpelijke bijsluiters van medicijnen moeten wachten, ook al zie ik parallellen met de gevaarlijke stoffen die we hier gebruiken. Naast de MSDS worden blikjes en tubes al beplakt met hele muizenladders van zigzag-opgevouwen dundrukpapier die niemand zelfs maar probeert te ontcijferen. En de CAO voor hulpdieren blijkt geen verlate 1 aprilgrap maar een serieus politiek initiatief. Dat mag best wat breder worden opgezet, want ook bedwantsen schijnen onverantwoord veel nachtdiensten te draaien. Gelukkig doet Ons Bedrijf niet aan managementtrainingen met knuffelalpaca’s. Marije van de OR heeft ooit een voorstel met fleurige folder in het postvak van Scheurwater geschoven, maar dat kwam met gele Post-it plaknotitie retour. “ONZIN”, luidde het opschrift. Dat er een wolvarken op de folder was afgebeeld hielp ook niet.
Even later komt Mo binnen om te vragen naar de verbandtrommel. Die hangt al jaren in het glazen hok in de lasserij, dus dat puntje zullen we eens meenemen in de volgende toolbox. Toegegeven, je ziet hem bijna niet want hij is knetteroranje, net als de voetbalversiering die ze nog niet hebben weggehaald na het Champions League-debacle Ajax-Tottenham. Het vloekt allemaal prettig met de vele brandblussers, maar er hangt in elk geval geen pin-upkalender meer voor de trommel, de verplichte bebording is pico bello in orde en bij de laatste inspectieronde heb ik er (alweer) een nieuwe verbandschaar in gedaan. Met ons veiligheids- en gezondheidsteam kun je namelijk de oorlog winnen. Ik loop maar eens met Mo mee, want de mondelinge informatieoverdracht gaat moeizaam en de omstandigheden lijken daadkracht te vereisen.
Bij de frikandellenbak (de korf met afvalijzer) tref ik Strodak Rex met een hand over zijn oog, een flex met gebroken doorslijpschijf (beetje onvoorzichtig weggelegd zeker), de Knijt met een blik alsof hij zélf het slachtoffer is en – inderdaad – Rex’ oom Sjef die over zijn beschermeling heen gebogen staat. Zijn bouwvakkersdecolleté roept herinneringen op aan miss Februari, die we halverwege de maand al in de papierversnipperaar hebben moeten duwen. Met dank aan Marije van de OR. Ik schiet in de lach, wat helaas slecht matcht met de grafstemming rond het incident. Scheurwater gebiedt mij direct (diréct!) maatregelen te nemen, want zo kan het niet langer. Dat dacht ik ook al. Ik zal nog eens gaan uitleggen wat de veiligheidsbril voor de nijvere mens kan betekenen. Rex kan nog wel lopen en mag even mee naar Lonneke, want daar wordt zelfs een mens met maar één oog vrolijk van. Het ongevallenonderzoek mag even wachten tot het slachtoffer is uitgebruld. Lonneke gaat met Rex zijn oog spoelen en constateert dat er een gesmolten staaldruppel aan zijn hoornvlies zit vastgebakken. Het oog is nog roder dan de exemplaren van Mo, ondanks de Ramadan.
Ik bel intussen de spoedlijn van de lokale dokter:
FdR: ‘Met De Reede van Ons Bedrijf’
Assistente Paulien: ‘Met Paulien.’
FdR: ‘Van de dokterspost?’
Paulien: ‘Van Medisch Centrum Koeschuddersveld en Omstreken’
FdR, al wat geïrriteerd: ‘Ook goed. Ik heb een spoedgevalletje. Stagiaire met een staalsplintertje in zijn oog.’
Paulien: ‘Een corpus alienum?’
FdR: ‘Wat u belieft.’
Paulien: ‘Mag ik de naam en de geboortedatum van de patiënt?’
FdR: ‘Mein Himmel.’
Paulien: ‘Kunt u dat éven spellen?
FdR: ‘Nee. Hij heet Rex van den Hoogen, met x en dubbel o. Zijn geboortedatum weet ik niet, maar lang geleden kan het niet zijn. Ik weet niet eens of we die wel mogen registreren van de AVG. Kan hij niet gewoon even langskomen?’
Paulien: ‘Maar zonder geboortedatum kan ik niet in ons systeem.’
FdR: ‘Dan neemt u uw eigen verjaardag gedeeld door twee, tenzij er oneven getallen in voorkomen, dan wordt het Koningsdag 2004. Of zo. Weet u wat? Als er behalve u ook een medicus aanwezig is dan komen we wel even langs, dan help ik u ter plekke met uw systeem terwijl de dokter een oog redt, goed?’
Paulien: ‘Zo werken wij hier niet.’
FdR: ‘Maar ik dáár wel, dus tot zo.’
Paulien: ‘Wa…’
Lonneke zit nog met Rex bij de ogendouche. Scheurwater belt zijn zuster om haar voorzichtig voor te bereiden. Ik vraag me af hoe je een sterk tot hysterie geneigde moeder voorzichtig voorbereidt op een voor eeuwig gehandicapte zoon, een cycloop met een piratenooglapje, enig kind en gedoemd om alle dromen over vliegbrevetten, bejubeld kunstschilderschap en prijswinnende scherpschuttterij reeds op vijftienjarige leeftijd in rook te zien opgaan, maar dat is zijn probleem. Ik haal mijn auto, ook al staat de Canta van Diesel-Tinus dichterbij, met gehandicaptenparkeerkaart en ingebouwde voorrang. Het brommobiel ligt halfvol oudijzer en drie personen zouden er toch al nauwelijks in passen. Preventiemedewerker Tinus mag wel mee – handig als ík het verbruid heb bij Paulien – en Lonneke sleept een snotterende Rex op de achterbank. Gelukkig spuit er deze keer geen bloed in het rond, want daar heeft mijn partner moeite mee, vooral als het nog plakt.
Aangekomen in centrum Koeschuddersveld (dank TomTom) blijkt het Medisch Centrum zowaar geopend, heeft Paulien lunchpauze, en is de arts de hartelijkheid zelve. In de wachtkamer nemen enkele scheefgezakte bejaarden hun tassen met pillen en brillen vast op schoot, maar Rex mag meteen doorlopen naar het behandelvertrek. Lonneke heeft Rex nog geen twee seconden losgelaten, wat bij Rex zoals verwacht geen bezwaren oplevert. Het slachtoffer heeft Lonneke inmiddels aardig ondergesnotterd. Achter de deur hoor ik wat kreunen en snikken terwijl Diesel-Tinus en ik ons de twee laatste klapstoelen toe-eigenen. Hij met de Donald Duck en ik met mijn smartphone om te zien wat de gemiddelde levensverwachting is bij een corpus alienum. Ik spel het zowaar juist. Spreek uit aliejeenum, zoals in allejézus.
Al na een minuut of vijf (ik was op oogarts.info net bij het gutsen en het boren in een hoornvlies, de kans op infecties omdat het slecht doorbloed weefsel betreft en het verwijderen van achterblijvende roestkringetjes) verscheen het duo weer in de deuropening. Opgelucht en niet blind. Alles komt goed, zelfs met Rex. In de auto horen we van Rex (let op; dat wordt straks Rex-de-Flex in plaats van Strodak, daar gaat Mo wel voor zorgen) hoe de verdovingsdruppels werden ingebracht, hoe met een spatel het bolletje staal werd losgepurkt en hoe raar de rookmelder boven de behandelstoel (Honeywell) er uitzag terwijl er in zijn oog werd gepoerd. Lonneke moest mij er wel aan herinneren alsnog de personalia van de patiënt door te geven. Ik draag die taak graag over aan Rex’ wettelijke vertegenwoordigster, Adèle Scheurwater van den Hoogen. Die komt vast zelf nog bij de arts langs voor nazorg. Ik zal het haar met klem adviseren, want voor je het weet worden mij ook de nabespreking en de traumazorg opgedragen. Er zijn grenzen aan zowel mijn capaciteiten als mijn geduld.
Ik stel voor om in Koeschuddersveld even langs snackpaleis De Harige Boomstam (met volledige vergunning) te rijden voor de vereiste interviews met betrokkenen en getuigen. Rex wil wel even afpilsen, net als Diesel-Tinus. Vooruit dan maar, als ze dan maar niet meer aan het werk gaan. Ik doe een watertje mee met Lonneke, met een frikandel oorlog en een harige bal. Goed dat Mo, tenslotte Rex’ mentor, niet mee is, hoewel hij wel op mijn getuigenlijstje staat. Na afloop van ons feestje tuffen we rustig terug naar Ons Bedrijf. Bonnetje mee, want het betrof een verdedigbare werkbespreking. Ik heb de belangrijkste betrokkene goed uitgehoord over de toedracht. De knurft vond dat hij wel even zónder slijpbril aan de gang kon, want zo veel was het niet en het was minstens tien meter lopen naar zijn PBM-locker. Uit respect voor de ontberingen van het slachtoffer bewaar ik mijn uitbrander voor later, maar mentor Mo gaat er nog vanmiddag van lusten. Terug bij Ons Bedrijf parkeer ik op Sjefs directielaadplek (de baas werkt nog steeds halve dagen) en schamp de Canta, wat niet geeft want Diesel-Tinus ligt te snurken. Als hij om vijf uur nog niet wakker is dan zet ik hem wel in zijn Canta.
De plaats van het incident blijkt onaangeroerd. Ik had niet anders verwacht, want alleen bij meldingsplichtige ongevallen heeft men plotseling een enorme zin in opruimen. Mo en Knijtijzer zijn nergens te vinden, maar ik begin vast de formulieren in te vullen. Laat ik de rapportage van het onfortuinlijke ongeval niet archiveren onder het kopje ‘overige’, want dat kan me mijn baan kosten.
Flip de Reede
Hij drinkt net als ik bij voorkeur het met kokend leidingwater aangelengde concentraat uit de machine, ook als Bets haar verse variant heeft gefabriceerd. Bets’ koffie vormt namelijk een serieus arbeidsrisico, vooral omdat ze zelf geen koffie lust. De Demingcirkel is bij haar een haakje-sluiten. (‘Ook een kopje Bets?’ ‘Nee hoor, alsjeblieft niet, ik zet voor mezelf wel een lekker potje thee.’) De terugkoppeling van het resultaat gaat uitsluitend via de enkeling die uit beleefdheid – en alleen als Bets in de buurt is – haar kan ter hand neemt. Vrijgezel Diesel-Tinus is wel wat gewend en speelt het zelfs klaar om haar product glimlachend te prijzen, zelfs als de afwaskwast erin staat. Zo wordt het natuurlijk nooit wat met die koffie, maar we houden het, naast het instant laxeermiddel, graag achter de hand voor de auditor. Handig als onze tijd begint te dringen.Het gebrul is inmiddels gedempt tot een aanvaardbaar niveau, maar ook de werkgeluiden zijn verstomd en dan kan het niet lang duren voordat Sjef Scheurwater himself polshoogte komt nemen. Ik kom dus maar eens uit mijn stoel, en trek vast een incidentenformulier uit de map. De nieuwsberichten over onbegrijpelijke bijsluiters van medicijnen moeten wachten, ook al zie ik parallellen met de gevaarlijke stoffen die we hier gebruiken. Naast de MSDS worden blikjes en tubes al beplakt met hele muizenladders van zigzag-opgevouwen dundrukpapier die niemand zelfs maar probeert te ontcijferen. En de CAO voor hulpdieren blijkt geen verlate 1 aprilgrap maar een serieus politiek initiatief. Dat mag best wat breder worden opgezet, want ook bedwantsen schijnen onverantwoord veel nachtdiensten te draaien. Gelukkig doet Ons Bedrijf niet aan managementtrainingen met knuffelalpaca’s. Marije van de OR heeft ooit een voorstel met fleurige folder in het postvak van Scheurwater geschoven, maar dat kwam met gele Post-it plaknotitie retour. “ONZIN”, luidde het opschrift. Dat er een wolvarken op de folder was afgebeeld hielp ook niet.
Even later komt Mo binnen om te vragen naar de verbandtrommel. Die hangt al jaren in het glazen hok in de lasserij, dus dat puntje zullen we eens meenemen in de volgende toolbox. Toegegeven, je ziet hem bijna niet want hij is knetteroranje, net als de voetbalversiering die ze nog niet hebben weggehaald na het Champions League-debacle Ajax-Tottenham. Het vloekt allemaal prettig met de vele brandblussers, maar er hangt in elk geval geen pin-upkalender meer voor de trommel, de verplichte bebording is pico bello in orde en bij de laatste inspectieronde heb ik er (alweer) een nieuwe verbandschaar in gedaan. Met ons veiligheids- en gezondheidsteam kun je namelijk de oorlog winnen. Ik loop maar eens met Mo mee, want de mondelinge informatieoverdracht gaat moeizaam en de omstandigheden lijken daadkracht te vereisen.
Bij de frikandellenbak (de korf met afvalijzer) tref ik Strodak Rex met een hand over zijn oog, een flex met gebroken doorslijpschijf (beetje onvoorzichtig weggelegd zeker), de Knijt met een blik alsof hij zélf het slachtoffer is en – inderdaad – Rex’ oom Sjef die over zijn beschermeling heen gebogen staat. Zijn bouwvakkersdecolleté roept herinneringen op aan miss Februari, die we halverwege de maand al in de papierversnipperaar hebben moeten duwen. Met dank aan Marije van de OR. Ik schiet in de lach, wat helaas slecht matcht met de grafstemming rond het incident. Scheurwater gebiedt mij direct (diréct!) maatregelen te nemen, want zo kan het niet langer. Dat dacht ik ook al. Ik zal nog eens gaan uitleggen wat de veiligheidsbril voor de nijvere mens kan betekenen. Rex kan nog wel lopen en mag even mee naar Lonneke, want daar wordt zelfs een mens met maar één oog vrolijk van. Het ongevallenonderzoek mag even wachten tot het slachtoffer is uitgebruld. Lonneke gaat met Rex zijn oog spoelen en constateert dat er een gesmolten staaldruppel aan zijn hoornvlies zit vastgebakken. Het oog is nog roder dan de exemplaren van Mo, ondanks de Ramadan.Ik bel intussen de spoedlijn van de lokale dokter:
FdR: ‘Met De Reede van Ons Bedrijf’
Assistente Paulien: ‘Met Paulien.’
FdR: ‘Van de dokterspost?’
Paulien: ‘Van Medisch Centrum Koeschuddersveld en Omstreken’
FdR, al wat geïrriteerd: ‘Ook goed. Ik heb een spoedgevalletje. Stagiaire met een staalsplintertje in zijn oog.’
Paulien: ‘Een corpus alienum?’
FdR: ‘Wat u belieft.’
Paulien: ‘Mag ik de naam en de geboortedatum van de patiënt?’
FdR: ‘Mein Himmel.’
Paulien: ‘Kunt u dat éven spellen?
FdR: ‘Nee. Hij heet Rex van den Hoogen, met x en dubbel o. Zijn geboortedatum weet ik niet, maar lang geleden kan het niet zijn. Ik weet niet eens of we die wel mogen registreren van de AVG. Kan hij niet gewoon even langskomen?’
Paulien: ‘Maar zonder geboortedatum kan ik niet in ons systeem.’
FdR: ‘Dan neemt u uw eigen verjaardag gedeeld door twee, tenzij er oneven getallen in voorkomen, dan wordt het Koningsdag 2004. Of zo. Weet u wat? Als er behalve u ook een medicus aanwezig is dan komen we wel even langs, dan help ik u ter plekke met uw systeem terwijl de dokter een oog redt, goed?’
Paulien: ‘Zo werken wij hier niet.’
FdR: ‘Maar ik dáár wel, dus tot zo.’
Paulien: ‘Wa…’
Lonneke zit nog met Rex bij de ogendouche. Scheurwater belt zijn zuster om haar voorzichtig voor te bereiden. Ik vraag me af hoe je een sterk tot hysterie geneigde moeder voorzichtig voorbereidt op een voor eeuwig gehandicapte zoon, een cycloop met een piratenooglapje, enig kind en gedoemd om alle dromen over vliegbrevetten, bejubeld kunstschilderschap en prijswinnende scherpschuttterij reeds op vijftienjarige leeftijd in rook te zien opgaan, maar dat is zijn probleem. Ik haal mijn auto, ook al staat de Canta van Diesel-Tinus dichterbij, met gehandicaptenparkeerkaart en ingebouwde voorrang. Het brommobiel ligt halfvol oudijzer en drie personen zouden er toch al nauwelijks in passen. Preventiemedewerker Tinus mag wel mee – handig als ík het verbruid heb bij Paulien – en Lonneke sleept een snotterende Rex op de achterbank. Gelukkig spuit er deze keer geen bloed in het rond, want daar heeft mijn partner moeite mee, vooral als het nog plakt.
Aangekomen in centrum Koeschuddersveld (dank TomTom) blijkt het Medisch Centrum zowaar geopend, heeft Paulien lunchpauze, en is de arts de hartelijkheid zelve. In de wachtkamer nemen enkele scheefgezakte bejaarden hun tassen met pillen en brillen vast op schoot, maar Rex mag meteen doorlopen naar het behandelvertrek. Lonneke heeft Rex nog geen twee seconden losgelaten, wat bij Rex zoals verwacht geen bezwaren oplevert. Het slachtoffer heeft Lonneke inmiddels aardig ondergesnotterd. Achter de deur hoor ik wat kreunen en snikken terwijl Diesel-Tinus en ik ons de twee laatste klapstoelen toe-eigenen. Hij met de Donald Duck en ik met mijn smartphone om te zien wat de gemiddelde levensverwachting is bij een corpus alienum. Ik spel het zowaar juist. Spreek uit aliejeenum, zoals in allejézus.
Al na een minuut of vijf (ik was op oogarts.info net bij het gutsen en het boren in een hoornvlies, de kans op infecties omdat het slecht doorbloed weefsel betreft en het verwijderen van achterblijvende roestkringetjes) verscheen het duo weer in de deuropening. Opgelucht en niet blind. Alles komt goed, zelfs met Rex. In de auto horen we van Rex (let op; dat wordt straks Rex-de-Flex in plaats van Strodak, daar gaat Mo wel voor zorgen) hoe de verdovingsdruppels werden ingebracht, hoe met een spatel het bolletje staal werd losgepurkt en hoe raar de rookmelder boven de behandelstoel (Honeywell) er uitzag terwijl er in zijn oog werd gepoerd. Lonneke moest mij er wel aan herinneren alsnog de personalia van de patiënt door te geven. Ik draag die taak graag over aan Rex’ wettelijke vertegenwoordigster, Adèle Scheurwater van den Hoogen. Die komt vast zelf nog bij de arts langs voor nazorg. Ik zal het haar met klem adviseren, want voor je het weet worden mij ook de nabespreking en de traumazorg opgedragen. Er zijn grenzen aan zowel mijn capaciteiten als mijn geduld.
Ik stel voor om in Koeschuddersveld even langs snackpaleis De Harige Boomstam (met volledige vergunning) te rijden voor de vereiste interviews met betrokkenen en getuigen. Rex wil wel even afpilsen, net als Diesel-Tinus. Vooruit dan maar, als ze dan maar niet meer aan het werk gaan. Ik doe een watertje mee met Lonneke, met een frikandel oorlog en een harige bal. Goed dat Mo, tenslotte Rex’ mentor, niet mee is, hoewel hij wel op mijn getuigenlijstje staat. Na afloop van ons feestje tuffen we rustig terug naar Ons Bedrijf. Bonnetje mee, want het betrof een verdedigbare werkbespreking. Ik heb de belangrijkste betrokkene goed uitgehoord over de toedracht. De knurft vond dat hij wel even zónder slijpbril aan de gang kon, want zo veel was het niet en het was minstens tien meter lopen naar zijn PBM-locker. Uit respect voor de ontberingen van het slachtoffer bewaar ik mijn uitbrander voor later, maar mentor Mo gaat er nog vanmiddag van lusten. Terug bij Ons Bedrijf parkeer ik op Sjefs directielaadplek (de baas werkt nog steeds halve dagen) en schamp de Canta, wat niet geeft want Diesel-Tinus ligt te snurken. Als hij om vijf uur nog niet wakker is dan zet ik hem wel in zijn Canta.
De plaats van het incident blijkt onaangeroerd. Ik had niet anders verwacht, want alleen bij meldingsplichtige ongevallen heeft men plotseling een enorme zin in opruimen. Mo en Knijtijzer zijn nergens te vinden, maar ik begin vast de formulieren in te vullen. Laat ik de rapportage van het onfortuinlijke ongeval niet archiveren onder het kopje ‘overige’, want dat kan me mijn baan kosten.
Flip de Reede
Agenda
Vacatures
Process Safety Engineer (full-time)
HBO | Randstad, West
Adviseur veiligheid en gezondheid
HBO | Midden
Arbo & Preventie Coördinator
HBO, MBO | Oost
SHE Specialist | Safety, Health, Environmental | Food
HBO, MBO | West