Flip en de parkeerkabouters
| Flip de Reede | Flip

Het is een druilerige donderdagavond. Ik bevind me bij de uitrit van een donutvormig parkeerterrein bij een MFC (multifunctioneel centrum). Een vandalismebestendige paal staat er hinderlijk te staan, met een nog hinderlijker rood-witte slagboom horizontaal er vlak achter. Bovenin zit een schermpje, onderin een horizontaal brievengleufje. Zojuist heeft een kabouter achter de brievenbus de uitrijkaart met een ongekende agressie uit mijn vingers gerukt. Daarna: niets, zelfs niet de reclame voor trapliften die me de laatste maanden achtervolgt. De kabouter slaapt gelijkvloers.
De kabouterpaal is volgeplakt met gebiedende-wijs-Engels. Grammaticaal correcte tekst stelt mij altijd gerust: er is in elk geval een mens (of hoogbegaafde kabouter) betrokken geweest bij het ontwerp. De pijlen wijzen dwingend naar betaalmogelijkheden (van het dagtarief kan een gezin een week eten bij de McDo), niet naar hulp of assistentie. Park-for-Profit’s statement voor een contactloze maatschappij.
Ik druk maar eens op het schermpje, daarna op een onduidelijk piefje dat via een gepoetste bril een inbusbout blijkt en tenslotte op een ander friemeltje. ‘Bieb-bieeep’ klinkt het: de morse-A van ‘attentie’, tevens hoofdstuk 1 van de cursus parkeerkabouter. Ik druk opnieuw op wat kennelijk het juiste piefje was. ‘Bieb-bieeeep.’
Als er niets gebeurt overnacht ik op donut P1 (maar een probleem is pas een probleem als je het een probleem vindt). P1 is ontworpen door een overmoedige 3D’er die een maximale parkeeropbrengst uit een minimaal oppervlak moest persen in een tijd dat auto’s nog een normaal formaat hadden en hun bestuurders enig fatsoen. De binnenring van P1 is gevuld met betonnen zitjes, containers, asbakken en wegdekschilderingen die samen elk doorstromingsprincipe saboteren. De donut is met zijn afbakscheuren, aangeknaagde randen en scheef geprojecteerde genummerde vakken een kermis van doodlopende verkeerslogica. Bezoekers zijn genoodzaakt met hun overmaatse voertuigen deel te nemen aan een nimmer eindigend praktijkexamen van bijzondere verrichtingen.
Voor hulpdiensten is doodlopen vrij onwenselijk, maar omdat ze geen onderdeel zijn van het verdienmodel van de parkeerkabouters worden ze via speelse aanvullende bebording naar de bussluis met cardankraker geleid. In de berm glinstert een gedeukte carterpan. De rest van het motorblok heeft het net zo lang volgehouden als de patiënt aan boord.

De dubbeltarief interactieve traaglaadpalen voor EV’s staan tegen de gevel van het MFC, gevoed vanuit de krachtgroepen van het heteluchtrestaurant, dat zich heeft gespecialiseerd in Thaise magnetronbapao-amuses, lauw bier en biopatat met verse bewaarkool. Een ChatGPT-congestieanalyse door de elektro-installateur wees de toiletgroep aan als kritieke afhankelijke variabele bij het aftakken van de elektrische voeding. Dat begreep niemand binnen de projectgroep duurzaamheid (kernteam laadpaal) maar enfin, Chat heeft het wel eens mis en het sanitair viel tóch buiten het verantwoordelijkheidsgebied. Bovendien kon in de aanvullende FMEA – zekerheid voor alles – het risico onder de kritische grens worden gehouden, zolang er in noodverlichting was voorzien. In het noodverlichte MFC kon daarom probleemloos, aantoonbaar en onder certificaat worden opgeladen, ontladen, geheteluchtfrituurd, gemagnetreerd en gedefeceerd.
‘Bieb-bieeep’.
Eindelijk. Een Limburgse stem.
P1: ‘Park-o-Matic, ja?’
F: ‘Ik stopte net mijn bonnetje in uw gleuf, maar de slagboom blijft dicht.’
P1: ‘U moet beide parkeerkaarten invoeren.”
F: ‘Heb ik gedaan.’ (ik voer alsnog snel ook het inrijkaartje in)
P1: ‘Ik zie het niet in het systeem.’
F: ‘Uw kabouter rukte ze anders wel uit mijn hand.’
P1: ‘Mijn systeem zegt van niet. Ik kan dus niets voor u doen’.
F: ‘Er zat wat tijd tussen, want ik ben nog even achteruit gereden.’ (Er zijn detectielussen die aanspreken op de steunzolen van de overbuurman en detectielussen die een Sherman-tank weten te negeren. De slagboom van kabouter ProfitPark is van het laatste soort.)
P1: ‘Ik kan niets voor u doen.’ (hoofdstuk 2; de gebroken grammofoonplaat)
F: ‘En nu?’ (uit mijn persoonlijke handleiding voor het doorbreken van patstellingen)
P1: ‘U zult een nieuwe kaart moeten halen.’

Terug in het schemerige MFC zeggen de dames van de beveiliging dat zij geen uitrijkaart kunnen verstrekken; ‘Parkeren valt namelijk onder Park-o-Matic en wij onder Security. Park-o-Matic zit in Limburg. U kunt ze bereiken via de intercom.’ Ah. ‘Wij parkeren hier zelf ook niet’ (wat ik wel begrijp).
Ik probeer dus opnieuw de intercomverbinding, zoals de IDO-medewerker van de bieb (Informatiepunt digitale overheid, aanrader voor zowel digibeet als mensenmens) mij ooit adviseerde bij strubbelingen met callcenters: verbreek de verbinding terstond en bel opnieuw – nieuwe medewerker, nieuwe kansen.
‘Bieb-bieeep.’
P2: ‘Park-o-Matic, met Inge. Goedenavond.’
F: ‘Hoi Inge, ik heb net twee tickets ingevoerd maar…’
P2: ‘Ik zie het. Half elf vanmorgen binnengereden, kenteken klopt. Ik doe ’m open hoor. Veilige reis!’
De kabouter in het tiny house heeft het ook gehoord en zet zijn slagboom verticaal.
Dankjewel, Limburgse Inge. Zo kan het ook.
Agenda
Vacatures
Process Safety Engineer (full-time)
Adviseur veiligheid en gezondheid
Arbo & Preventie Coördinator