Collete Alma (VNCI): Chemie op weg naar nul incidenten
De aard van de chemische industrie is dat zij werkt met gevaarlijke stoffen, ook in een biobased of circulaire economie. Dat brengt met zich mee dat er altijd een reëel risico bestaat dat mens en milieu onbedoeld worden blootgesteld aan die stoffen. De ambitie van de Nederlandse chemische industrie is dat in 2030 de veiligheid duurzaam en signifi cant is verbeterd, met nul incidenten als streven.
De chemische industrie is onmisbaar voor ons welzijn en voor het oplossen van vraag-stukken van de nabije toekomst rond onder meer voedselvoorziening, vergrijzing en duurzaamheid. Inmiddels is de bedrijfstak al goed op weg. Zo is het aantal arbeidsongevallen van VNCI-leden substantieel lager dan dat van de meeste andere industriële sectoren. Verder rapporteert het programma Veiligheid Voorop een dalende trend van het aantal lekkages.
Ook de naleving vertoont een positieve trend, iets wat ook blijkt uit de jaarlijkse overheids-rapportage ‘Staat van de Veiligheid’ over de naleving en veiligheidssituatie van BRZO-bedrijven (bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken).
Ketenverantwoordelijkheid
Maar veiligheid is nooit ‘af’. Verhoging van het veiligheidsniveau en verbetering van de veiligheidscultuur is een continu proces van kennis vergaren, ervaringen opdoen en verbeteringen doorvoeren. Zowel op het gebied van techniek, met verdere optimalisatie en verduurzaming van processen, als op het gebied van cultuur, waarbij het gaat om leiderschap, eigenaarschap en gedrag, van management tot werkvloer.
Een speerpunt bij het verder versterken van de veiligheid is ketenverantwoordelijkheid, één van de pijlers van Veiligheid Voorop, waarmee de branches in de chemieketen gezamenlijk werken aan verbetering van de veiligheidsprestaties. In het kader hiervan zijn assessment-instrumenten beschikbaar gesteld om de veiligheid bij alle schakels in de chemieketen vast te stellen. Ook zijn handreikingen en best practices opgesteld, die onder meer in workshops in de Regionale Veiligheidsnetwerken zijn uitgedragen door en voor de ketenpartners. Bij gebleken gebreken of twijfels over de juiste veiligheidscultuur wordt de opdrachtgever aanbevolen om bij de opdrachtnemer aan te dringen op een verbeterplan. Zet men hier niet op in, dan kan een uiterste consequentie zijn dat de wegen scheiden.
Transparantie-paradox
Een ander onmisbaar aspect is transparantie. Het binnen de sector actief delen van best practices en lessen die getrokken zijn uit (bijna-)ongelukken draagt bij aan een duur-zame verhoging van de veiligheid. Ook transparantie tussen bedrijven en overheid draagt daaraan bij. Dit staat echter op gespannen voet met de huidige handhavings- en bestuurscul-tuur, die veel bedrijven als repressief - fouten worden bestraft - ervaren. Het is belangrijk om deze transparantie-paradox te doorbreken, zodat de sector en de overheid beter van elkaar kunnen leren.
Dashboard
Een belangrijk instrument waarmee de branche streeft naar een duurzame veilig-heid, is het Responsible Care Dashboard. Hiermee kunnen VNCI-leden hun prestaties op het gebied van duurzaamheid en veiligheid vergelijken met het gemiddelde van de sector in Nederland. Ook kan men desgewenst onderling prestaties vergelijken. Het Dashboard is een belangrijk instrument om te leren en informatie te delen. Ook andere branches binnen de chemieketen gebruiken dergelijke 'dashboards'.
Duurzame veiligheid 2030
Om de gestelde ambities te halen, is samen-werking nodig met verschillende stakeholders. Dat gebeurt onder meer in het publiek-private programma ‘Duurzame veiligheid 2030’, waarin industrie, wetenschap en overheid samenwerken. Het programma is één van de hoekstenen van de langetermijnagenda van de chemische industrie, samen met onder meer de innovatieagenda vanuit het topsectorbeleid en de energie-agenda. De gezamenlijke inzet is gericht op het ontwikkelen van een systeemwaarin alle betrokken partijen vanuit hun eigen rol de best mogelijke bijdrage aan veiligheid leveren. Daarbij is er ook aandacht voor het structureel borgen van inmiddels bereikte veiligheidsprestaties.
Regelreflex
In dat kader werkt de overheid eraan om de ‘regelreflex’ - de neiging van de overheid om op incidenten te reageren met meer regels - te voorkomen. Dat kan als de eigen verantwoor-delijkheid van de industrie versterkt wordt. De overheid wil streven naar een pragmatische, op risico gebaseerde wet- en regelgeving. Daardoor kan ook de regeldruk verminderen.
Verder werkt de overheid aan een eenduidige inspectie-aanpak, die nu in de praktijk nog vaak ontbreekt. Door kennisoverdracht tussen industrie en overheid kan het kennis-niveau van beide spelers verder omhoog worden gebracht. Denk hierbij aan het inrichten van een (virtueel) kenniscentrum dat de beschikbare kennis bij bedrijven, universiteiten/hogescholen en overheid bij elkaar brengt. Uiteindelijk kan deze inzet er ook toe leiden tot kostenbeperking zodat er een gelijk speelveld ten opzichte van onze mondiale concurrenten blijft.
Leren van incidenten
Aanvullend stelt de VNCI voor BRZO-bedrijven dezelfde wettelijk vastgelegde werkwijze voor als bij het melden en onderzoeken van incidenten in de luchtvaart. Dat houdt in dat het bedrijf zelf het onderzoek uitvoert en de uitkomsten met de overheid en andere bedrijven kan delen, gericht op het leren van incidenten. Nu zijn bedrijven vaak terughoudend om informatie met de overheid te delen vanwege eventuele strafrechtelijke en bestuursrechtelijke gevolgen.
Deze werkwijze is tevens een stimulans voor bedrijven een zogenaamde Just Culture te ontwikkelen. Door ervan uit te gaan dat fouten maken inherent is aan 'normale' operationele processen, stel je een organisatie in staat om te leren. Denk aan het bespreekbaar maken van gemaakte fouten zonder dat dit meteen consequenties heeft voor de betrokkenen.
Duurzaam assetmanagement
Tot slot kan de ontwikkeling van nieuwe onderhouds- en inspectietechnieken bijdragen aan het verbeteren van de veiligheid van productieprocessen. Daarbij kan onder meer gebruik worden gemaakt van inspectieapparatuur in drones en ‘open source’-R&D om de beste technieken te delen. Innovatieinspanningen richten zich op nieuwe productietechnieken, denk aan het vergroten van de inherente veiligheid door middel van sensoring, robotisering en Safe-by-Design.
Procesintensificatie, het toepassen van nieuwe benaderingswijzen in proces- en installatieontwerp, biedt eveneens mogelijkheden, zoals het combineren van processtappen in één apparaat of procesgang, het toepassen van nieuwe unit-operations of een integraal procesherontwerp. Naast het verbeteren van de procesveiligheid kan dit voor bedrijven verschillende voordelen opleveren op gebied van proces- en ketenefficiency, kapitaal- en bedrijfskosten en kwaliteit. Voorbeeld hiervan is de ‘spinning disc’-reactor, die in 2013 op de markt is gebracht. Met die technologie vinden chemische reacties veiliger en efficiënter plaats. Ook versterking van de chemieclusters draagt bij aan nieuwe inzichten en innovatieve oplossingen, zoals het Sitech Asset Health Center op het terrein van Chemelot. Innoveren kan overigens niet zonder creatieve en goedopgeleide medewerkers.
Onze Nederlandse Nobelprijswinnaar Ben Feringa zei hierover: "We hebben in Nederland internationaal hoog aangeschreven chemisch onderzoek, waar we veel mee kunnen. Maar we moeten niet de fout maken door niet verder vooruit te kijken en alles bij de basis weg te halen en voor de kortetermijnoplossingen te gaan. Mijn oproep aan het nieuwe kabinet luidt: investeer meer in de basis, zowel in onderwijs op alle niveaus als in fundamenteel onderzoek. Alleen dán komen de innovaties die we nodig hebben er."
Gepubliceerd in Tijdschrift Milieu, februari 2018, jaargang 24, nummer 1.
Special 'Schoon, gezond en veilig'
Ook in de NVVKinfo 2018-1 veel aandacht voor de 'Nullijn' door bijdragen van Gerard Zwetsloot en Carsten Busch en een kijkje in de keuken van het Programma GO! van Heijmans.
Bron: VNCI
De chemische industrie is onmisbaar voor ons welzijn en voor het oplossen van vraag-stukken van de nabije toekomst rond onder meer voedselvoorziening, vergrijzing en duurzaamheid. Inmiddels is de bedrijfstak al goed op weg. Zo is het aantal arbeidsongevallen van VNCI-leden substantieel lager dan dat van de meeste andere industriële sectoren. Verder rapporteert het programma Veiligheid Voorop een dalende trend van het aantal lekkages.
Ook de naleving vertoont een positieve trend, iets wat ook blijkt uit de jaarlijkse overheids-rapportage ‘Staat van de Veiligheid’ over de naleving en veiligheidssituatie van BRZO-bedrijven (bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken).
Ketenverantwoordelijkheid
Maar veiligheid is nooit ‘af’. Verhoging van het veiligheidsniveau en verbetering van de veiligheidscultuur is een continu proces van kennis vergaren, ervaringen opdoen en verbeteringen doorvoeren. Zowel op het gebied van techniek, met verdere optimalisatie en verduurzaming van processen, als op het gebied van cultuur, waarbij het gaat om leiderschap, eigenaarschap en gedrag, van management tot werkvloer.
Een speerpunt bij het verder versterken van de veiligheid is ketenverantwoordelijkheid, één van de pijlers van Veiligheid Voorop, waarmee de branches in de chemieketen gezamenlijk werken aan verbetering van de veiligheidsprestaties. In het kader hiervan zijn assessment-instrumenten beschikbaar gesteld om de veiligheid bij alle schakels in de chemieketen vast te stellen. Ook zijn handreikingen en best practices opgesteld, die onder meer in workshops in de Regionale Veiligheidsnetwerken zijn uitgedragen door en voor de ketenpartners. Bij gebleken gebreken of twijfels over de juiste veiligheidscultuur wordt de opdrachtgever aanbevolen om bij de opdrachtnemer aan te dringen op een verbeterplan. Zet men hier niet op in, dan kan een uiterste consequentie zijn dat de wegen scheiden.
Transparantie-paradox
Een ander onmisbaar aspect is transparantie. Het binnen de sector actief delen van best practices en lessen die getrokken zijn uit (bijna-)ongelukken draagt bij aan een duur-zame verhoging van de veiligheid. Ook transparantie tussen bedrijven en overheid draagt daaraan bij. Dit staat echter op gespannen voet met de huidige handhavings- en bestuurscul-tuur, die veel bedrijven als repressief - fouten worden bestraft - ervaren. Het is belangrijk om deze transparantie-paradox te doorbreken, zodat de sector en de overheid beter van elkaar kunnen leren.
Dashboard
Een belangrijk instrument waarmee de branche streeft naar een duurzame veilig-heid, is het Responsible Care Dashboard. Hiermee kunnen VNCI-leden hun prestaties op het gebied van duurzaamheid en veiligheid vergelijken met het gemiddelde van de sector in Nederland. Ook kan men desgewenst onderling prestaties vergelijken. Het Dashboard is een belangrijk instrument om te leren en informatie te delen. Ook andere branches binnen de chemieketen gebruiken dergelijke 'dashboards'.
Duurzame veiligheid 2030
Om de gestelde ambities te halen, is samen-werking nodig met verschillende stakeholders. Dat gebeurt onder meer in het publiek-private programma ‘Duurzame veiligheid 2030’, waarin industrie, wetenschap en overheid samenwerken. Het programma is één van de hoekstenen van de langetermijnagenda van de chemische industrie, samen met onder meer de innovatieagenda vanuit het topsectorbeleid en de energie-agenda. De gezamenlijke inzet is gericht op het ontwikkelen van een systeemwaarin alle betrokken partijen vanuit hun eigen rol de best mogelijke bijdrage aan veiligheid leveren. Daarbij is er ook aandacht voor het structureel borgen van inmiddels bereikte veiligheidsprestaties.
Regelreflex
In dat kader werkt de overheid eraan om de ‘regelreflex’ - de neiging van de overheid om op incidenten te reageren met meer regels - te voorkomen. Dat kan als de eigen verantwoor-delijkheid van de industrie versterkt wordt. De overheid wil streven naar een pragmatische, op risico gebaseerde wet- en regelgeving. Daardoor kan ook de regeldruk verminderen.
Verder werkt de overheid aan een eenduidige inspectie-aanpak, die nu in de praktijk nog vaak ontbreekt. Door kennisoverdracht tussen industrie en overheid kan het kennis-niveau van beide spelers verder omhoog worden gebracht. Denk hierbij aan het inrichten van een (virtueel) kenniscentrum dat de beschikbare kennis bij bedrijven, universiteiten/hogescholen en overheid bij elkaar brengt. Uiteindelijk kan deze inzet er ook toe leiden tot kostenbeperking zodat er een gelijk speelveld ten opzichte van onze mondiale concurrenten blijft.
Leren van incidenten
Aanvullend stelt de VNCI voor BRZO-bedrijven dezelfde wettelijk vastgelegde werkwijze voor als bij het melden en onderzoeken van incidenten in de luchtvaart. Dat houdt in dat het bedrijf zelf het onderzoek uitvoert en de uitkomsten met de overheid en andere bedrijven kan delen, gericht op het leren van incidenten. Nu zijn bedrijven vaak terughoudend om informatie met de overheid te delen vanwege eventuele strafrechtelijke en bestuursrechtelijke gevolgen.
Deze werkwijze is tevens een stimulans voor bedrijven een zogenaamde Just Culture te ontwikkelen. Door ervan uit te gaan dat fouten maken inherent is aan 'normale' operationele processen, stel je een organisatie in staat om te leren. Denk aan het bespreekbaar maken van gemaakte fouten zonder dat dit meteen consequenties heeft voor de betrokkenen.
Duurzaam assetmanagement
Tot slot kan de ontwikkeling van nieuwe onderhouds- en inspectietechnieken bijdragen aan het verbeteren van de veiligheid van productieprocessen. Daarbij kan onder meer gebruik worden gemaakt van inspectieapparatuur in drones en ‘open source’-R&D om de beste technieken te delen. Innovatieinspanningen richten zich op nieuwe productietechnieken, denk aan het vergroten van de inherente veiligheid door middel van sensoring, robotisering en Safe-by-Design.
Procesintensificatie, het toepassen van nieuwe benaderingswijzen in proces- en installatieontwerp, biedt eveneens mogelijkheden, zoals het combineren van processtappen in één apparaat of procesgang, het toepassen van nieuwe unit-operations of een integraal procesherontwerp. Naast het verbeteren van de procesveiligheid kan dit voor bedrijven verschillende voordelen opleveren op gebied van proces- en ketenefficiency, kapitaal- en bedrijfskosten en kwaliteit. Voorbeeld hiervan is de ‘spinning disc’-reactor, die in 2013 op de markt is gebracht. Met die technologie vinden chemische reacties veiliger en efficiënter plaats. Ook versterking van de chemieclusters draagt bij aan nieuwe inzichten en innovatieve oplossingen, zoals het Sitech Asset Health Center op het terrein van Chemelot. Innoveren kan overigens niet zonder creatieve en goedopgeleide medewerkers.
Onze Nederlandse Nobelprijswinnaar Ben Feringa zei hierover: "We hebben in Nederland internationaal hoog aangeschreven chemisch onderzoek, waar we veel mee kunnen. Maar we moeten niet de fout maken door niet verder vooruit te kijken en alles bij de basis weg te halen en voor de kortetermijnoplossingen te gaan. Mijn oproep aan het nieuwe kabinet luidt: investeer meer in de basis, zowel in onderwijs op alle niveaus als in fundamenteel onderzoek. Alleen dán komen de innovaties die we nodig hebben er."
Gepubliceerd in Tijdschrift Milieu, februari 2018, jaargang 24, nummer 1.
Special 'Schoon, gezond en veilig'
Ook in de NVVKinfo 2018-1 veel aandacht voor de 'Nullijn' door bijdragen van Gerard Zwetsloot en Carsten Busch en een kijkje in de keuken van het Programma GO! van Heijmans.
Bron: VNCI
Datum: 20 februari 2018
Auteur: DVK Redactie
© De Veiligheidskundige
Agenda
Vacatures
HSE Officer
HBO | Zuid
Process Safety Engineer (full-time)
HBO | Randstad, West
KAM Coordinator
HBO | Zuid
QHSE Adviseur
HBO | Randstad, West