FNV: werkgevers verzetten zich tegen streefwaarde dieselemissies op werkplek
De Gezondheidsraad werkt aan een advies voor grenswaarden aan dieselemissies op de werkplek. Werkgevers zullen alles doen om het rapport "in een dubieus daglicht te stellen". Die waarschuwing is afkomstig van de FNV.
De waarschuwing stond in een opiniebijdrage aan het dagblad Trouw. De bijdrage is geschreven door Kitty Jong, vice-voorzitter van de FNV, en Wim van Veelen, beleidsadviseur arbeidsomstandigheden.
Eerst refereren ze aan een recent rapport van de Gezondheidsraad, Gezondheidswinst door schonere lucht. Daarin adviseert de raad om de algehele luchtkwaliteit verder te verbeteren. Daar is al veel aan gebeurd, en Europese normen op dit gebied worden gehaald. Maar dat laat onverlet dat er hotspots zijn waar dat beslist niet het geval is. Ook is het zo dat fijnstof, ozon en stikstofdioxiden in ons land nog altijd voor 12 duizend vroegtijdige sterfgevallen zorgen. De Gezondheidsraad wil dat het vizier nu gericht wordt op het bereiken of overtreffen van de strengere normen die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteert.
Werkplekken
Gaat het bij dit recente rapport van de Gezondheidsraad om de gehele 'deken' van luchtverontreiniging die over ons land ligt (en die deels uit omringende landen afkomstig is), de raad heeft ook een rapport in voorbereiding over het terugdringen van dieselemissies op werkplekken. Daarin formuleert de raad een streefwaarde. Het concept (Draft for Public Review) ligt er al sinds oktober, en kan tot 1 mei becommentarieerd worden, ook door instanties als de Stichting van de Arbeid en de SER. De Jong en Van Veelen zijn als FNV-vertegenwoordigers bij die discussie betrokken. Kennelijk zijn zij zo gealarmeerd door de inbreng van werkgeversvertegenwoordigers dat zij een schot voor de boeg wilden geven. In hun bijdrage verwijzen ze naar de recente berichten waaruit blijkt dat veel bedrijven een loopje nemen met de regels voor omgang met gevaarlijke stoffen.
Jong en Van Veelen hopen zelf dat de overheid de aanbevelingen van het conceptrapport over dieselemissies op de werkplek overneemt. "Nu het bedrijven voor de wind gaat, hebben ze mogelijkheden genoeg om te investeren in duurzame, gezonde werkplekken. Zoals schone alternatieven die dieselheftrucks en oude generatoren vervangen. Ook pleiten wij ervoor dat ze werknemers blootstellingsgegevens meegeven bij einde dienstverband. Die moeten toch al wettelijk geregistreerd worden. De Gezondheidsraad heeft niets voor niets meermalen code rood afgegeven."
Geen veilig niveau
Dieselmotorenemissies, ook wel DME, zijn een cocktail van gevaarlijke stoffen. Gasvormige bestanddelen zijn onder andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) en polychloorbifenylen (PCB's). Tot de vaste bestanddelen, die heel fijn kunnen zijn en diep in de longen kunnen doordringen, behoren stoffen als arseen, seleen, beryllium en chroom. De gevolgen voor de gezondheid lopen van oogirritaties en ontstekingsreacties tot hart- en vaataandoeningen, luchtwegklachten en longfunctieveranderingen. Daarnaast is er een verhoogde kans op long- en blaaskanker.
Vanwege de aard van DME kan er geen 'veilig' niveau voor worden vastgesteld. Een wettelijke grenswaarde ontbreekt op dit moment, de aanpak is gericht op minimalisering. Werkgevers zijn verplicht om blootstelling zoveel mogelijk te voorkomen, c.q. om maatregelen te nemen die door de Inspectie SZW worden aanbevolen. Dat gaat van eliminatie aan de bron (bepaalde heftrucks mogen nu al geen dieselmotor meer hebben) tot aan plaatselijke afzuiging, compartimentering en routingmaatregelen. Een aantal branches heeft deze aanpak van DME in de arbocatalogus opgenomen.
Op pagina 6 van het conceptrapport wordt nu vastgesteld dat de blootstellingsniveaus op werkplekken niet hoger mogen zijn dan het bestaande 'achtergrondniveau'. Anders gezegd: niemand zou op zijn werk lucht mogen inademen die vuiler is dan de 'gewone' buitenlucht, omdat die al vuil genoeg is.
"Wel erg laag"
Kees Halm (FME) is een van de mensen die werkgeversorganisatie VNO-MKB Nederland vertegenwoordigen in de SER-Subcommissie Grenswaarden Stoffen op de Werkplek. Hij zegt dat de werkgevers geen aanleiding hebben gegeven voor wat de FNV'ers schrijven en spreekt van een "Pavlov-reactie". "Wij zijn het rapport nog volop aan het bestuderen. Als we het niet goed vinden, zullen we dat zeker zeggen, maar zo ver zijn we niet. We hebben nog helemaal geen reactie gegeven. Daar is ook nog tijd voor." Toch wil Halm al wel iets kwijt: "Volgens het concept moet de verbodswaarde op of omtrent het huidige achtergrondniveau worden vastgesteld, en zou de streefwaarde daar dan een factor honderd onder moeten liggen. Dat is natuurlijk nogal wat. Dat is wel erg laag."
De waarschuwing stond in een opiniebijdrage aan het dagblad Trouw. De bijdrage is geschreven door Kitty Jong, vice-voorzitter van de FNV, en Wim van Veelen, beleidsadviseur arbeidsomstandigheden.
Eerst refereren ze aan een recent rapport van de Gezondheidsraad, Gezondheidswinst door schonere lucht. Daarin adviseert de raad om de algehele luchtkwaliteit verder te verbeteren. Daar is al veel aan gebeurd, en Europese normen op dit gebied worden gehaald. Maar dat laat onverlet dat er hotspots zijn waar dat beslist niet het geval is. Ook is het zo dat fijnstof, ozon en stikstofdioxiden in ons land nog altijd voor 12 duizend vroegtijdige sterfgevallen zorgen. De Gezondheidsraad wil dat het vizier nu gericht wordt op het bereiken of overtreffen van de strengere normen die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteert.
Werkplekken
Gaat het bij dit recente rapport van de Gezondheidsraad om de gehele 'deken' van luchtverontreiniging die over ons land ligt (en die deels uit omringende landen afkomstig is), de raad heeft ook een rapport in voorbereiding over het terugdringen van dieselemissies op werkplekken. Daarin formuleert de raad een streefwaarde. Het concept (Draft for Public Review) ligt er al sinds oktober, en kan tot 1 mei becommentarieerd worden, ook door instanties als de Stichting van de Arbeid en de SER. De Jong en Van Veelen zijn als FNV-vertegenwoordigers bij die discussie betrokken. Kennelijk zijn zij zo gealarmeerd door de inbreng van werkgeversvertegenwoordigers dat zij een schot voor de boeg wilden geven. In hun bijdrage verwijzen ze naar de recente berichten waaruit blijkt dat veel bedrijven een loopje nemen met de regels voor omgang met gevaarlijke stoffen.
Jong en Van Veelen hopen zelf dat de overheid de aanbevelingen van het conceptrapport over dieselemissies op de werkplek overneemt. "Nu het bedrijven voor de wind gaat, hebben ze mogelijkheden genoeg om te investeren in duurzame, gezonde werkplekken. Zoals schone alternatieven die dieselheftrucks en oude generatoren vervangen. Ook pleiten wij ervoor dat ze werknemers blootstellingsgegevens meegeven bij einde dienstverband. Die moeten toch al wettelijk geregistreerd worden. De Gezondheidsraad heeft niets voor niets meermalen code rood afgegeven."
Geen veilig niveau
Dieselmotorenemissies, ook wel DME, zijn een cocktail van gevaarlijke stoffen. Gasvormige bestanddelen zijn onder andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) en polychloorbifenylen (PCB's). Tot de vaste bestanddelen, die heel fijn kunnen zijn en diep in de longen kunnen doordringen, behoren stoffen als arseen, seleen, beryllium en chroom. De gevolgen voor de gezondheid lopen van oogirritaties en ontstekingsreacties tot hart- en vaataandoeningen, luchtwegklachten en longfunctieveranderingen. Daarnaast is er een verhoogde kans op long- en blaaskanker.
Vanwege de aard van DME kan er geen 'veilig' niveau voor worden vastgesteld. Een wettelijke grenswaarde ontbreekt op dit moment, de aanpak is gericht op minimalisering. Werkgevers zijn verplicht om blootstelling zoveel mogelijk te voorkomen, c.q. om maatregelen te nemen die door de Inspectie SZW worden aanbevolen. Dat gaat van eliminatie aan de bron (bepaalde heftrucks mogen nu al geen dieselmotor meer hebben) tot aan plaatselijke afzuiging, compartimentering en routingmaatregelen. Een aantal branches heeft deze aanpak van DME in de arbocatalogus opgenomen.
Op pagina 6 van het conceptrapport wordt nu vastgesteld dat de blootstellingsniveaus op werkplekken niet hoger mogen zijn dan het bestaande 'achtergrondniveau'. Anders gezegd: niemand zou op zijn werk lucht mogen inademen die vuiler is dan de 'gewone' buitenlucht, omdat die al vuil genoeg is.
"Wel erg laag"
Kees Halm (FME) is een van de mensen die werkgeversorganisatie VNO-MKB Nederland vertegenwoordigen in de SER-Subcommissie Grenswaarden Stoffen op de Werkplek. Hij zegt dat de werkgevers geen aanleiding hebben gegeven voor wat de FNV'ers schrijven en spreekt van een "Pavlov-reactie". "Wij zijn het rapport nog volop aan het bestuderen. Als we het niet goed vinden, zullen we dat zeker zeggen, maar zo ver zijn we niet. We hebben nog helemaal geen reactie gegeven. Daar is ook nog tijd voor." Toch wil Halm al wel iets kwijt: "Volgens het concept moet de verbodswaarde op of omtrent het huidige achtergrondniveau worden vastgesteld, en zou de streefwaarde daar dan een factor honderd onder moeten liggen. Dat is natuurlijk nogal wat. Dat is wel erg laag."
Datum: 22 februari 2018
Auteur: DVK Redactie
© De Veiligheidskundige
Agenda
Vacatures
HSE Officer
HBO | Zuid
Process Safety Engineer (full-time)
HBO | Randstad, West
KAM Coordinator
HBO | Zuid
QHSE Adviseur
HBO | Randstad, West