Grapperhaus gaat preciezer omschrijven wat roekeloos is
Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) werkt aan zwaardere straffen voor zeer gevaarlijk rijgedrag. Tegelijk wil hij meer invulling geven aan het begrip 'roekeloosheid'. Voor dat laatste zou ook op het terrein van arbeidsveiligheid wel iets te zeggen zijn. Maar daar is het wel moeilijker te realiseren.
Grapperhaus heeft zijn plannen neergelegd in een wetsvoorstel en een concept voor een Memorie van Toelichting. Voor een deel gaat het om het simpelweg optrekken van maximumstraffen voor gevaarlijk rijgedrag, ook in zaken zonder letsel of schade. Dat doet hij op grond van onderzoek van onder meer de Universiteit van Groningen. Dat wees uit dat er met de straftoemeting in verkeerszaken weinig mis is, maar dat er wel een groot verschil is in de bestraffing van bestuurders die zich volkomen onverantwoordelijk gedragen. Verkeershufters die anderen letsel toebrengen, worden veel zwaarder gestraft dan degenen die dat niet doen, ook al is dat een kwestie van "meer geluk dan wijsheid".
Grapperhaus' manier om dat gat te dichten is om de lijst met feiten die als "roekeloos" worden aangemerkt, uit te breiden. In de Wegenverkeerswet 1994 komt een nieuw artikel 5a met daarin een lijst gedragingen waarbij dat "in elk geval" wordt aangenomen. Dat zijn wat hem betreft: onvoldoende rechts houden op onoverzichtelijke plaatsen, gevaarlijk inhalen, negeren van een rood kruis, over een vluchtstrook rijden, inhalen bij een voetgangersoversteekplaats, geen voorrang verlenen, ernstige snelheidsovertredingen, bumperkleven, door rood licht rijden, tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden (hoe dit uitgelegd moet worden is zoals bekend nog een kwestie waar rechters verschillend over denken), en het niet opvolgen van aanwijzingen van bevoegde ambtenaren - allemaal onder voorwaarde dat zo'n gedraging levensgevaar of gevaar voor lichamelijk letsel bij anderen oplevert. Een aantal van deze gedragingen wordt in de bestaande wet al genoemd, andere zijn nieuw.
Strikte eisen Hoge Raad
Een recente zaak maakt duidelijk dat er voor een veroordeling wegens "roekeloosheid" nu heel wat nodig is. Op 15 maart veroordeelde de rechtbank van Noord-Nederland een beroepschauffeur wegens "aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend" rijgedrag in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet. De chauffeur had na een telefoongesprek met zijn vrouw minutenlang zitten browsen om de zoekgeschiedenis op zijn telefoon te wissen. Al doende reed hij met zijn volle vrachtwagen in op een stapvoets rijdende file. Een inzittende van de personenauto voor hem overleed, een andere liep een dwarslaesie op. Van "roekeloosheid" wilde de rechter (net als het OM) niet spreken, omdat de Hoge Raad daaraan heel strikte eisen stelt waaraan in dit geval niet was voldaan. De chauffeur kreeg een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 18 maanden, waarvan de helft voorwaardelijk.
Als Grapperhaus' voorstel al wet zou zijn, zou in dit geval een gevangenisstraf van maximaal zes jaar mogelijk zijn geweest, voor het veroorzaken van een ongeval door roekeloos rijgedrag.
Ander gat
Roekeloos en volkomen onverantwoordelijk gedrag komt ook op werkplekken voor. Van regelrechte opzet zal niet vaak sprake zijn. Maar er is ook zoiets als "voorwaardelijke opzet", als mensen de kans op ernstig onheil willens en wetens (beide elementen zijn juridisch van belang) voor lief hebben genomen. Coördinerend Officier van Justitie Rob de Rijcke van het functioneel parket omschreef dit type schuldigen een paar jaar geleden als "mensen die echt een draai om hun oren verdienen, die zich een voordeel verschaffen door het erop aan te laten komen, onder het motto: na mij de zondvloed." In zo'n situatie is het volgens hem niet de vraag of er een ongeluk gaat gebeuren, maar wanneer.
Als voorbeeld zou men kunnen denken aan het routinematig met branders ontdooien van bevroren pompen op een terrein vol ontvlambare stoffen. Dat is precies wat het OM deed bij de vervolging van managers van Chemie-Pack, waar deze praktijk tot een grote brand leidde. Maar rechters (en veel officiers van justitie) spreken bij incidenten rond de veiligheid in bedrijven niet gauw van opzet, voorwaardelijk of niet. Ze gaan gauwer uit van een ongelukkige toedracht, en spreken meestal hoogstens van "schuldige nalatigheid" of "grove onachtzaamheid". Van dat laatste was volgens de rechtbank bijvoorbeeld ook sprake bij een bedrijf als Xycarb, waar twee mensen de dood vonden door een hele stapel structurele gebreken in het veiligheidsmanagement. De rechter vond dat er niet gesproken kon worden van opzet en hield het om die reden bij een boete van 150 duizend euro, waarvan de helft voorwaardelijk. Die uitspraak hield in hoger beroep stand, maar dat was ook omdat het bedrijf inmiddels was begonnen met verbeterprogramma's (zie ook het eerste nummer van het tijdschrift De Veiligheidskundige).
Daar staat tegenover dat bij een vergelijkbaar geval (drie mensen die in 2013 bedwelmd raakten en overleden in een mestsilo in Makkinga) wel een gevangenisstraf werd opgelegd, en wel vanwege het achterwege laten van een reeks verplichte voorzorgen. In die zaak speelde het begrip opzet geen rol. Het bedrijf werd beboet en de directeur ervan kreeg een taakstraf van 240 uur en een jaar voorwaardelijke celstraf met een proeftijd van drie jaar. Er loopt nog een beroepsprocedure bij het gerechtshof.
Niet altijd restrictief
De vraag die je zou kunnen stellen is of er ook in het domein van de arbeidsomstandigheden sprake is van een wettelijk gat. Het geval van Xycarb suggereert van wel. Het geval van de mestsilo in Makkinga zou je als tegenvoorbeeld kunnen beschouwen.
Als het gat bestaat, is het niet makkelijk te verhelpen door een lijst op te stellen van gedragingen waarbij "in elk geval" van roekeloosheid wordt gesproken, zoals bij de Verkeerswet. Immers: hoe lang zou zo'n lijst met specifieke gedragingen worden? Misschien is er toch wel wat te zeggen voor een iets minder restrictieve omgang met het begrip "voorwaardelijke opzet".
Die is trouwens ook niet in alle gevallen zo restrictief, leert een blik op Wikipedia. De argeloze vliegtuigpassagier die niet goed op zijn koffer let en anderen de kans geeft daarin drugs te verstoppen, loopt op Schiphol de kans om met een beroep op datzelfde begrip vliegensvlug achter een vergrendelde deur te belanden. Wist u best, had u maar beter op moeten letten.
Grapperhaus heeft zijn plannen neergelegd in een wetsvoorstel en een concept voor een Memorie van Toelichting. Voor een deel gaat het om het simpelweg optrekken van maximumstraffen voor gevaarlijk rijgedrag, ook in zaken zonder letsel of schade. Dat doet hij op grond van onderzoek van onder meer de Universiteit van Groningen. Dat wees uit dat er met de straftoemeting in verkeerszaken weinig mis is, maar dat er wel een groot verschil is in de bestraffing van bestuurders die zich volkomen onverantwoordelijk gedragen. Verkeershufters die anderen letsel toebrengen, worden veel zwaarder gestraft dan degenen die dat niet doen, ook al is dat een kwestie van "meer geluk dan wijsheid".
Grapperhaus' manier om dat gat te dichten is om de lijst met feiten die als "roekeloos" worden aangemerkt, uit te breiden. In de Wegenverkeerswet 1994 komt een nieuw artikel 5a met daarin een lijst gedragingen waarbij dat "in elk geval" wordt aangenomen. Dat zijn wat hem betreft: onvoldoende rechts houden op onoverzichtelijke plaatsen, gevaarlijk inhalen, negeren van een rood kruis, over een vluchtstrook rijden, inhalen bij een voetgangersoversteekplaats, geen voorrang verlenen, ernstige snelheidsovertredingen, bumperkleven, door rood licht rijden, tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden (hoe dit uitgelegd moet worden is zoals bekend nog een kwestie waar rechters verschillend over denken), en het niet opvolgen van aanwijzingen van bevoegde ambtenaren - allemaal onder voorwaarde dat zo'n gedraging levensgevaar of gevaar voor lichamelijk letsel bij anderen oplevert. Een aantal van deze gedragingen wordt in de bestaande wet al genoemd, andere zijn nieuw.
Strikte eisen Hoge Raad
Een recente zaak maakt duidelijk dat er voor een veroordeling wegens "roekeloosheid" nu heel wat nodig is. Op 15 maart veroordeelde de rechtbank van Noord-Nederland een beroepschauffeur wegens "aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend" rijgedrag in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet. De chauffeur had na een telefoongesprek met zijn vrouw minutenlang zitten browsen om de zoekgeschiedenis op zijn telefoon te wissen. Al doende reed hij met zijn volle vrachtwagen in op een stapvoets rijdende file. Een inzittende van de personenauto voor hem overleed, een andere liep een dwarslaesie op. Van "roekeloosheid" wilde de rechter (net als het OM) niet spreken, omdat de Hoge Raad daaraan heel strikte eisen stelt waaraan in dit geval niet was voldaan. De chauffeur kreeg een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 18 maanden, waarvan de helft voorwaardelijk.
Als Grapperhaus' voorstel al wet zou zijn, zou in dit geval een gevangenisstraf van maximaal zes jaar mogelijk zijn geweest, voor het veroorzaken van een ongeval door roekeloos rijgedrag.
Ander gat
Roekeloos en volkomen onverantwoordelijk gedrag komt ook op werkplekken voor. Van regelrechte opzet zal niet vaak sprake zijn. Maar er is ook zoiets als "voorwaardelijke opzet", als mensen de kans op ernstig onheil willens en wetens (beide elementen zijn juridisch van belang) voor lief hebben genomen. Coördinerend Officier van Justitie Rob de Rijcke van het functioneel parket omschreef dit type schuldigen een paar jaar geleden als "mensen die echt een draai om hun oren verdienen, die zich een voordeel verschaffen door het erop aan te laten komen, onder het motto: na mij de zondvloed." In zo'n situatie is het volgens hem niet de vraag of er een ongeluk gaat gebeuren, maar wanneer.
Als voorbeeld zou men kunnen denken aan het routinematig met branders ontdooien van bevroren pompen op een terrein vol ontvlambare stoffen. Dat is precies wat het OM deed bij de vervolging van managers van Chemie-Pack, waar deze praktijk tot een grote brand leidde. Maar rechters (en veel officiers van justitie) spreken bij incidenten rond de veiligheid in bedrijven niet gauw van opzet, voorwaardelijk of niet. Ze gaan gauwer uit van een ongelukkige toedracht, en spreken meestal hoogstens van "schuldige nalatigheid" of "grove onachtzaamheid". Van dat laatste was volgens de rechtbank bijvoorbeeld ook sprake bij een bedrijf als Xycarb, waar twee mensen de dood vonden door een hele stapel structurele gebreken in het veiligheidsmanagement. De rechter vond dat er niet gesproken kon worden van opzet en hield het om die reden bij een boete van 150 duizend euro, waarvan de helft voorwaardelijk. Die uitspraak hield in hoger beroep stand, maar dat was ook omdat het bedrijf inmiddels was begonnen met verbeterprogramma's (zie ook het eerste nummer van het tijdschrift De Veiligheidskundige).
Daar staat tegenover dat bij een vergelijkbaar geval (drie mensen die in 2013 bedwelmd raakten en overleden in een mestsilo in Makkinga) wel een gevangenisstraf werd opgelegd, en wel vanwege het achterwege laten van een reeks verplichte voorzorgen. In die zaak speelde het begrip opzet geen rol. Het bedrijf werd beboet en de directeur ervan kreeg een taakstraf van 240 uur en een jaar voorwaardelijke celstraf met een proeftijd van drie jaar. Er loopt nog een beroepsprocedure bij het gerechtshof.
Niet altijd restrictief
De vraag die je zou kunnen stellen is of er ook in het domein van de arbeidsomstandigheden sprake is van een wettelijk gat. Het geval van Xycarb suggereert van wel. Het geval van de mestsilo in Makkinga zou je als tegenvoorbeeld kunnen beschouwen.
Als het gat bestaat, is het niet makkelijk te verhelpen door een lijst op te stellen van gedragingen waarbij "in elk geval" van roekeloosheid wordt gesproken, zoals bij de Verkeerswet. Immers: hoe lang zou zo'n lijst met specifieke gedragingen worden? Misschien is er toch wel wat te zeggen voor een iets minder restrictieve omgang met het begrip "voorwaardelijke opzet".
Die is trouwens ook niet in alle gevallen zo restrictief, leert een blik op Wikipedia. De argeloze vliegtuigpassagier die niet goed op zijn koffer let en anderen de kans geeft daarin drugs te verstoppen, loopt op Schiphol de kans om met een beroep op datzelfde begrip vliegensvlug achter een vergrendelde deur te belanden. Wist u best, had u maar beter op moeten letten.
Datum: 22 maart 2018
Auteur: DVK Redactie
Link:
https://deveiligheidskundige.nl/actueel/grapperhaus-gaat-preciezer-omschrijven-wat-roekeloos-is
© De Veiligheidskundige
Agenda
Vacatures
Process Safety Engineer (full-time)
HBO | Randstad, West
Adviseur veiligheid en gezondheid
HBO | Midden
Arbo & Preventie Coördinator
HBO, MBO | Oost
SHE Specialist | Safety, Health, Environmental | Food
HBO, MBO | West