Hennis' opvolger vindt bij erfenis aangifte wegens dood door schuld
De nieuwe minister van Defensie krijgt te maken met een aangifte van vijf commando's die het ministerie als geheel aanklagen wegens dood door schuld. Deze unieke stap maakten ze bekend aan de vooravond van het aftreden van Jeanine Hennis-Plasschaert als demissionair minister van het kabinet Rutte II.
Hennis nam met haar aftreden de politieke verantwoordelijkheid voor een andere noodlottige gebeurtenis, de explosie van een mortiergranaat waardoor twee militairen op missie in Mali sneuvelden en een derde zwaargewond raakte. Tegelijk met haar legde ook Tom Middendorp zijn functie als Commandant der Strijdkrachten neer, twee dagen voor hij met pensioen zou gaan. De Onderzoeksraad voor de Veiligheid had in zijn onderzoeksrapport geconcludeerd dat zowel de veiligheid van de mortieren als de militaire gezondheidszorg ondergeschikt waren gemaakt aan het doorzetten van de missie. Een structureel gebrek is dat waarschuwingssignalen van lagere echelons door hogere lagen worden gefilterd en afgezwakt voor ze de militaire en politieke top bereiken.
Toen OvV-voorzitter Tjibbe Joustra het rapport eind september presenteerde, maakte hij de ellende voor Hennis en de legertop compleet door te zeggen dat Defensie al vaker is gewaarschuwd. Het is volgens hem een rode draad in OvV-onderzoek dat Defensie nooit in de eerste plaats denkt aan wat er beter moet, maar vooral manieren zoekt om conclusies af te zwakken.
Erfenis
Hennis' opvolger staat voor de taak om wel verbeteringen door te voeren. Bij de erfenis die hij of zij aantreft, zit ook een aangifte tegen het departement wegens dood door schuld. Die aangifte is afkomstig van vijf officiers en onderofficiers van het Korps Commando Troepen. Het gaat om de dood, op 22 maart 2016, van de 35-jarige schietinstructeur Sander Klap. Op een oefencomplex in Ossendrecht oefenden commando's in het zuiveren van een huis. Daarbij werd scherpe munitie gebruikt. De wanden van het oefenhuis waren van vinyl. Klap stond achter een van die wanden toen hij werd doodgeschoten.
Ook over dit ongeval verscheen, in juni jongstleden, een kritisch rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid. Daarin stond dat diverse veiligheidsbarrières niet hebben gefunctioneerd. Voor de oefening werd een ongeschikt, niet gekeurd schiethuis gebruikt waarover al in 2007 is geklaagd en waaraan tot op het moment van schrijven nog steeds niets was gebeurd. De instructeur was nog in opleiding en leidde de oefening zonder begeleiding of toezicht. Ook ontbrak het aan lesmateriaal en een adequate veiligheidsanalyse. De OvV vindt budgettaire krapte geen excuus voor de geconstateerde gebreken.
Laatste druppel
Naast dit OvV-onderzoek heeft het OM een strafrechtelijk onderzoek ingesteld. Het had wel verdachten op het oog, onder wie deelnemers aan de oefening, maar heeft niemand vervolgd. De commando's die nu het ministerie van Defensie aanklagen, zeiden kort voor het aftreden van Hennis en Middendorp dat ze na het OM-onderzoek anderhalf jaar hebben gewacht op actie, en dat ze het nu tijd vinden om die houding te laten varen. In het AD zeiden ze: "Onze grootste frustratie is dat de mensen die hiervoor verantwoordelijk zijn, de dans lijken te ontspringen." Welke mensen ze op het oog hebben, zeiden ze er niet bij. Wel dat ze gehoopt hadden dat het OM verantwoordelijken zou aanwijzen en vervolgen.
Maar het gaat ze niet alleen over het aanpakken van nalatige personen. Voor hen is deze zaak de spreekwoordelijke druppel. In de pers uitten ze verschillende klachten over slecht materieel waarmee hun korps, niet alleen in oefeningen maar ook op missies, moet werken. Radio's storen of weigeren, wapens scheuren of splijten open. Aan de situatie in het schiethuis in Ossendrecht is volgens hen nog steeds niets verbeterd.
"Noodkreet"
In het Amsterdamse dagblad het Parool verscheen over deze zaak een opmerkelijk interviewtje met de bekende advocaat Geert-Jan Knoops. Hij kent de krijgsmacht goed: hij is zelf reserve-officier bij het Korps Mariniers, en als advocaat hielp hij de militair die bij het Ossendrechtse ongeval de rol van hoofdinstructeur vervulde. Knoops zegt dat hij de aangifte als een noodkreet ziet van militairen die vanwege het geheime karakter van hun missies geen spreekbuis hebben. Maar het zou volgens hem wel "diep- en dieptreurig" zijn als het tot een strafzaak tegen Defensie komt. Hij stelt voor een commissie van wijzen te benoemen die per krijgsmachtonderdeel kijkt wat nodig is om gebreken op te lossen. De rekening daarvoor zou door de politiek moeten worden geaccepteerd.
Dat ook het ministerie van Defensie onder het bereik van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid valt, spreekt niet vanzelf en is internationaal ook geen gemeengoed. Het is het gevolg van een beslissing van de Tweede Kamer uit 1999, zes jaar voor de OvV daadwerkelijk van start ging. Twee gebeurtenissen gingen aan deze beslissing vooraf. De eerste was het noodlottige ongeval, in 1996, met een Herculesvliegtuig van het leger. Daarbij vielen 34 doden. In het parlement en daarbuiten ontstond grote ontevredenheid over het ongevalsonderzoek dat Defensie er zelf naar instelde. De knoop werd doorgehakt na de botsing, in 1999, tussen een burgervliegtuigje en een F-16. Daarbij vielen twee doden. De Kamer besliste dat het onderzoek hiernaar moest plaatsvinden door één instantie en dat dit niet Defensie moest zijn maar de toen net ingestelde Raad voor de Transportveiligheid. Die is in 2005 opgegaan in de Onderzoeksraad voor de Veiligheid. Die beslist zelf wat hij onderzoekt. Alleen zaken waarbij de staatsveiligheid in het geding is, vallen buiten zijn bereik.
Lees ook:
OvV-onderzoek gepubliceerd naar Mortierongeval Mali
OvV: Meer aandacht nodig voor veilig oefenen bij Defensie
Gevolgen van het vernietigende OvV-rapport mortierongeval
Hennis nam met haar aftreden de politieke verantwoordelijkheid voor een andere noodlottige gebeurtenis, de explosie van een mortiergranaat waardoor twee militairen op missie in Mali sneuvelden en een derde zwaargewond raakte. Tegelijk met haar legde ook Tom Middendorp zijn functie als Commandant der Strijdkrachten neer, twee dagen voor hij met pensioen zou gaan. De Onderzoeksraad voor de Veiligheid had in zijn onderzoeksrapport geconcludeerd dat zowel de veiligheid van de mortieren als de militaire gezondheidszorg ondergeschikt waren gemaakt aan het doorzetten van de missie. Een structureel gebrek is dat waarschuwingssignalen van lagere echelons door hogere lagen worden gefilterd en afgezwakt voor ze de militaire en politieke top bereiken.
Toen OvV-voorzitter Tjibbe Joustra het rapport eind september presenteerde, maakte hij de ellende voor Hennis en de legertop compleet door te zeggen dat Defensie al vaker is gewaarschuwd. Het is volgens hem een rode draad in OvV-onderzoek dat Defensie nooit in de eerste plaats denkt aan wat er beter moet, maar vooral manieren zoekt om conclusies af te zwakken.
Erfenis
Hennis' opvolger staat voor de taak om wel verbeteringen door te voeren. Bij de erfenis die hij of zij aantreft, zit ook een aangifte tegen het departement wegens dood door schuld. Die aangifte is afkomstig van vijf officiers en onderofficiers van het Korps Commando Troepen. Het gaat om de dood, op 22 maart 2016, van de 35-jarige schietinstructeur Sander Klap. Op een oefencomplex in Ossendrecht oefenden commando's in het zuiveren van een huis. Daarbij werd scherpe munitie gebruikt. De wanden van het oefenhuis waren van vinyl. Klap stond achter een van die wanden toen hij werd doodgeschoten.
Ook over dit ongeval verscheen, in juni jongstleden, een kritisch rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid. Daarin stond dat diverse veiligheidsbarrières niet hebben gefunctioneerd. Voor de oefening werd een ongeschikt, niet gekeurd schiethuis gebruikt waarover al in 2007 is geklaagd en waaraan tot op het moment van schrijven nog steeds niets was gebeurd. De instructeur was nog in opleiding en leidde de oefening zonder begeleiding of toezicht. Ook ontbrak het aan lesmateriaal en een adequate veiligheidsanalyse. De OvV vindt budgettaire krapte geen excuus voor de geconstateerde gebreken.
Laatste druppel
Naast dit OvV-onderzoek heeft het OM een strafrechtelijk onderzoek ingesteld. Het had wel verdachten op het oog, onder wie deelnemers aan de oefening, maar heeft niemand vervolgd. De commando's die nu het ministerie van Defensie aanklagen, zeiden kort voor het aftreden van Hennis en Middendorp dat ze na het OM-onderzoek anderhalf jaar hebben gewacht op actie, en dat ze het nu tijd vinden om die houding te laten varen. In het AD zeiden ze: "Onze grootste frustratie is dat de mensen die hiervoor verantwoordelijk zijn, de dans lijken te ontspringen." Welke mensen ze op het oog hebben, zeiden ze er niet bij. Wel dat ze gehoopt hadden dat het OM verantwoordelijken zou aanwijzen en vervolgen.
Maar het gaat ze niet alleen over het aanpakken van nalatige personen. Voor hen is deze zaak de spreekwoordelijke druppel. In de pers uitten ze verschillende klachten over slecht materieel waarmee hun korps, niet alleen in oefeningen maar ook op missies, moet werken. Radio's storen of weigeren, wapens scheuren of splijten open. Aan de situatie in het schiethuis in Ossendrecht is volgens hen nog steeds niets verbeterd.
"Noodkreet"
In het Amsterdamse dagblad het Parool verscheen over deze zaak een opmerkelijk interviewtje met de bekende advocaat Geert-Jan Knoops. Hij kent de krijgsmacht goed: hij is zelf reserve-officier bij het Korps Mariniers, en als advocaat hielp hij de militair die bij het Ossendrechtse ongeval de rol van hoofdinstructeur vervulde. Knoops zegt dat hij de aangifte als een noodkreet ziet van militairen die vanwege het geheime karakter van hun missies geen spreekbuis hebben. Maar het zou volgens hem wel "diep- en dieptreurig" zijn als het tot een strafzaak tegen Defensie komt. Hij stelt voor een commissie van wijzen te benoemen die per krijgsmachtonderdeel kijkt wat nodig is om gebreken op te lossen. De rekening daarvoor zou door de politiek moeten worden geaccepteerd.
Dat ook het ministerie van Defensie onder het bereik van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid valt, spreekt niet vanzelf en is internationaal ook geen gemeengoed. Het is het gevolg van een beslissing van de Tweede Kamer uit 1999, zes jaar voor de OvV daadwerkelijk van start ging. Twee gebeurtenissen gingen aan deze beslissing vooraf. De eerste was het noodlottige ongeval, in 1996, met een Herculesvliegtuig van het leger. Daarbij vielen 34 doden. In het parlement en daarbuiten ontstond grote ontevredenheid over het ongevalsonderzoek dat Defensie er zelf naar instelde. De knoop werd doorgehakt na de botsing, in 1999, tussen een burgervliegtuigje en een F-16. Daarbij vielen twee doden. De Kamer besliste dat het onderzoek hiernaar moest plaatsvinden door één instantie en dat dit niet Defensie moest zijn maar de toen net ingestelde Raad voor de Transportveiligheid. Die is in 2005 opgegaan in de Onderzoeksraad voor de Veiligheid. Die beslist zelf wat hij onderzoekt. Alleen zaken waarbij de staatsveiligheid in het geding is, vallen buiten zijn bereik.
Lees ook:
OvV-onderzoek gepubliceerd naar Mortierongeval Mali
OvV: Meer aandacht nodig voor veilig oefenen bij Defensie
Gevolgen van het vernietigende OvV-rapport mortierongeval
Datum: 19 oktober 2017
Auteur: DVK Redactie
© De Veiligheidskundige
Agenda
Vacatures
Process Safety Engineer (full-time)
HBO | Randstad, West
Adviseur veiligheid en gezondheid
HBO | Midden
Arbo & Preventie Coördinator
HBO, MBO | Oost
SHE Specialist | Safety, Health, Environmental | Food
HBO, MBO | West