Skip to main content

Nieuwe opzet certificatieschema arbokerndeskundigen

Het nieuwe certificatieschema is vanaf de basis nieuw opgezet, waardoor een precieze vergelijking tussen de inhoud van de oude drie certificatieschema’s voor arbeidshygiënisten, de hogere veiligheidskundige en de arbeids- en organisatiedeskundige en het nieuwe certificatieschema niet goed mogelijk is.

In tegenstelling tot de oude drie schema’s is het nieuwe schema voor persoonscertificatie wél geschikt om door een geaccrediteerde certificerende instelling uitgevoerd te worden. Aangezien het om een persoonscertificatieschema gaat, is de bijpassende norm waartegen de certificerende instelling(en) geaccrediteerd dienen te worden de in de EU geharmoniseerde norm NEN-EN-ISO/IEC 17024:2012. Deze ‘accreditatienorm’ bevat eisen waardoor een certificatieschema een bepaalde opbouw dient te hebben. In het schema dient duidelijk omschreven te worden welke competenties met het certificaat aangetoond worden. Daarvoor bevat het schema een specificatie van de taak of de taken (zie hoofdstuk 4 in het complete certificatieschema, link onderaan dit artikel). Op basis daarvan kan dan omschreven worden welke competenties (kennis en vaardigheden) daarvoor nodig zijn om vervolgens te komen tot een beschrijving van de toetstermen en een vorm van examinering die passend is voor het vaststellen van de vereiste competenties.

Het nieuwe schema is gericht op het vaststellen van de competenties voor het uitvoeren van twee hoofdtaken. Deze taken betreffen:
  1. Toetsen van de RI&E aan de wettelijke eisen (met name betrouwbaarheid, volledigheid en actualiteit).
  2. Adviseren over de RI&E om te zorgen dat deze aan de wettelijke eisen voldoet en dat de maatregelen in het plan van aanpak de risico’s opheffen of zoveel mogelijk beperken.
De kandidaat certificaathouder moet in het examen aantonen dat hij in staat is zijn vakkennis op de juiste wijze in te zetten voor de uitvoering van deze taak. De onderliggende vakkennis zelf wordt dus niet getoetst, maar wel het kunnen toepassen ervan voor een goede uitvoering van de taak.
Nieuw is dat ten aanzien van het ‘examenplan’ enkele eisen in het certificatieschema zijn opgenomen. In de oude schema’s waren eisen opgenomen ten aanzien van het ‘examenreglement’ over de voorbereiding, uitvoering en beoordeling van examens. Nu worden bepaalde eisen opgenomen in het examenplan en andere eisen in het examenreglement (zie paragraaf 10.1 in het complete certificatieschema, link onderaan dit artikel).

De oude schema’s bevatten een combinatie van eisen gericht op de professie van de deskundige (bijvoorbeeld de arbeidshygiënist) en eisen voor het uitvoeren van diverse taken, waaronder het opstellen en toetsen van de RI&E van de werkgever.
Deze combinatie van eisen was niet eenduidig uitgewerkt, de toetsbaarheid was onvoldoende en niet alle toetstermen werden getoetst.

Het ontwikkelen van een certificatieschema dat met dergelijke uiteenlopende doelstellingen aan de norm 17024 kan voldoen bleek in de praktijk niet realistisch. Het schema zou zeer omvangrijk worden en de examinering zou zeer uitgebreid en kostbaar worden, met het risico dat daardoor nog minder deskundigen het betreffende certificaat wensen te verwerven. Daarbij speelt tevens een rol dat op dit moment niet meer dan ongeveer de helft van de arbeidshygiënisten, de hogere veiligheidskundigen en de arbeids- en organisatiedeskundigen (tezamen arbokerndeskundigen genoemd) beschikken over een op basis van de SZW-certificatie-eisen afgegeven certificaat. Het certificaat kan dus nooit dienen voor de borging van de vakdeskundigheid van deze drie arbokerndeskundigen. In wezen wordt de vakdeskundigheid bepaald door de opleidingen waarmee deze arbokerndeskundigen zich als zodanig op de markt kunnen begeven. Dat biedt de ruimte om de certificatie-eisen af te stemmen op de uitvoering van de taak waarvoor een werkgever verplicht is een of meer arbokerndeskundigen (en/of de bedrijfsarts) in te schakelen, namelijk het toetsen van en adviseren over de RI&E van de werkgever inclusief het plan van aanpak.

Het nieuwe certificatieschema is dus gericht op het beoordelen van de noodzakelijke competenties voor het kunnen toepassen van aanwezige vakdeskundigheid voor de uitvoering van deze taak. Hoewel het examen voor het nieuwe certificaat de vakdeskundigheid niet expliciet toetst, zal bij het ontbreken van deze vakdeskundigheid het nieuwe certificatie-examen niet met goed gevolg afgelegd kunnen worden. Hiermee is het tevens mogelijk de examinering zo vorm te geven dat er sprake is van een gedegen toetsing, maar tegelijkertijd de omvang van het examen niet te groot wordt. Naast de verplichte inschakeling door de werkgever van arbokerndeskundigen voor het toetsen van en adviseren over de RI&E, zijn er nog enkele verplichtingen waarvoor de werkgever een gecertificeerde arbokerndeskundige (doorgaans de hogere veiligheidskundige) moet inschakelen. De competenties die voor het toetsen van en adviseren over de RI&E noodzakelijk zijn, zijn ook relevant voor de uitvoering van deze taken, omdat het in alle gevallen gaat over het inventariseren van risico’s, de beoordeling daarvan voor gevolgen voor gezondheid en veiligheid en de advisering over de te nemen maatregelen.

In het nieuwe certificatieschema dat de bestaande drie certificatieschema’s voor de drie verschillende arbokerndeskundigen vervangt, wordt een onderscheid gemaakt tussen een systeemtoets en een scopetoets.

Beoogd is om het certificatieschema zo in te richten dat de gecertificeerde deskundige datgene waarover hij adviseert ook volledig waar kan maken, zonder te volstaan met goedbedoelde adviezen waar hij gezien zijn beperkte achterliggende deskundigheid niet helemaal voor kan instaan. Het is niet mogelijk om te waarborgen dat elke arbokerndeskundige in staat is om ten aanzien van het hele terrein van arborisico’s in ondernemingen een betrouwbare toetsing en advisering te geven. Daar is niemand of bijna niemand toe in staat. Niet voor niets zijn er verschillende vakdeskundigheden. Het is echter wél mogelijk dat iedere arbokerndeskundige kan nagaan of een RI&E van een werkgever de vereiste onderdelen bevat waar de wettelijke RI&E verplichtingen in de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit om vragen. Het gaat dan om een toets of bepaalde onderwerpen aanwezig zijn in de door de werkgever ter toetsing voorgelegde RI&E. In het schema wordt dat de ‘systeemtoets’ genoemd. Het is een toets op de aanwezigheid van de verplichte onderdelen.

De vraag of de uitwerking van een onderdeel aan de vereisten voor betrouwbaarheid en volledigheid voldoet, kan alleen door een arbokerndeskundige worden beoordeeld met vakkennis over die specifieke risicofactor. Zo zal een arbeids- en organisatiedeskundige niet goed kunnen vaststellen of de juiste meetmethoden voor gevaarlijke stoffen zijn toegepast, of deze gevalideerd zijn, en of deze voldoen aan de stand van de wetenschap, of de beoordeling van de meetgegevens ten aanzien van gezondheidsrisico’s op de juiste wijze is uitgevoerd, etc. Met andere woorden, het is noodzakelijk dat dergelijke inhoudelijke beoordelingen en advisering op basis van het schema worden voorbehouden aan deskundigen met vakkennis over specifieke risico’s. De onderliggende kennis ten aanzien van een aantal risico’s op een bepaald terrein wordt aangeduid met de term scope. Zo is in het nieuwe schema de inhoudelijke beoordeling voor gezondheidsaspecten bij blootstelling aan gevaarlijk stoffen voorbehouden aan een arbokerndeskundige met de scope arbeidshygiënist.

Dit is de reden waarom het nieuwe schema een onderscheid maakt tussen de systeemtoets van de RI&E van de werkgever en de scopetoets. Een kandidaat certificaathouder moet tijdens zijn examen aantonen dat hij zowel de systeemtoets goed kan uitvoeren, als de toets binnen de scope waarvoor hij een certificaat wil aanvragen. Het staat overigens iedereen vrij zich voor meer scopes tegelijkertijd te laten certificeren. Het examen is daarvoor opgebouwd uit een beoordeling van een portfolio bestaande uit drie door de kandidaat ingediende toets- en adviesrapporten waarbij in een gesprek (een criteriumgericht interview) op deze rapporten wordt ingegaan (zie hoofdstuk 9 in het complete certificatieschema, link onderaan dit artikel). Daarnaast worden vragen gesteld over de toepassing van kennis over de hoofdrisico’s die wel binnen de scope vallen, maar waarover de toets- en adviesrapporten niets bevatten. Op deze wijze wordt geborgd dat elke gecertificeerde binnen zijn scope ook breed inzetbaar en gekwalificeerd is. In proefexamens is deze nieuwe vorm van examinering getoetst en gevalideerd.

Door de nieuwe opzet is het niet goed mogelijk om een precieze vergelijking op onderdelen te maken tussen het nieuwe en het oude schema. De voorgaande tekst geeft weer wat de hoofdverschillen zijn en waarom er voor deze nieuwe opzet is gekozen.

Lees het complete certificatieschema

Bron: Overheid.nl
Datum: 24 maart 2022
Auteur: DVK Redactie
© De Veiligheidskundige
Premium partners

Vacatures

Process Safety Engineer (full-time)

HBO | Randstad, West

Adviseur veiligheid en gezondheid

HBO | Midden

Arbo & Preventie Coördinator

HBO, MBO | Oost

SHE Specialist | Safety, Health, Environmental | Food

HBO, MBO | West