Staatssecretaris Dijksma pakt railvervoer gevaarlijke stoffen aan
Staatssecretaris Dijksma (Infrastructuur en Milieu) pakt de overschrijdingen van de 'risicoplafonds' voor het spoorvervoer van gevaarlijke stoffen aan. Vanaf dit jaar worden al zo’n 3200 minder wagons met gevaarlijke stoffen vervoerd over de omleidingsroutes van de Betuweroute. Chloortransporten per spoor gaan geheel tot het verleden behoren.
Voor de maatregelen, die bij elkaar 110 miljoen euro gaan kosten, wordt onder andere nieuwe infrastructuur gebouwd. De informatievoorziening wordt zodanig ingericht dat voortaan elk kwartaal kan worden bijgestuurd, in plaats van elk jaar.
Stok achter de deur De maatregelen, en het overleg erover met lagere overheden, betreffen verschillende routes tussen Nederland en de Duitse grens. Op de Brabantroute rijden sinds deze zomer 1800 wagons met gevaarlijke stoffen minder (op jaarbasis). Op de Bentheimroute, die onder andere door Utrecht Amersfoort en Apeldoorn voert, scheelt het 1450 wagons met gas per jaar. Het doel is om de transporten zo snel mogelijk (weer) te concentreren op de Betuweroute. Die is daarvoor bedoeld. Over de chloortransporten zijn afspraken gemaakt met AkzoNobel. Productie en verwerking gaan op dezelfde locatie plaatsvinden. Risicokaart Nederland Voor de lange termijn werkt Dijksma aan een 'routeringsbesluit'. Hiermee kunnen vervoerders gedwongen worden andere routes te kiezen voor bepaalde stoffen. Maar Dijksma hoopt dat de maatregelen die nu zijn genomen dat overbodig maken. In antwoorden op schriftelijke Kamervragen zei ze dat een speciaal ingerichte website inzage geeft van het vervoer op alle trajecten waar in Nederland met gevaarlijke stoffen wordt gereden.
Klachten Dijksma's bekendmaking komt kort na klachten van de gemeente Utrecht dat er drie keer zoveel wagons met brandbare gassen over het spoor waren gegaan als toegestaan. Ook reden er 1700 wagons met lpg waar dat helemaal niet mocht. Eind mei waren er vergelijkbare geluiden uit Brabant. Nils Rosmuller, lector Transportveiligheid, riep na de klacht van Utrecht op tot het instellen van een landelijke transportveiligheidsregisseur, omdat de overheid anders steeds achter de feiten blijft aanlopen. Ook vindt hij dat uitgezocht moet worden waar de overschrijdingen door veroorzaakt worden.