Skip to main content

Verslag van het Jaarcongres Industriële Veiligheid 2020

De Veiligheidskundige was – drie man sterk – aanwezig in De Fabrique te Utrecht, waar op 30 januari het Jaarcongres Industriële Veiligheid JIV) plaatsvond. Veel presentaties en interactieve sessies gecombineerd met 1-op-1-gesprekken en stands van dienstverleners en leveranciers van veiligheidsproducten.

DVK op Jaarcongres Industriële VeiligheidIn een hoekje naast de hoofdingang, onder een vrij rumoerige warmtewisselaar, vond de bezoeker de stand van De Veiligheidskundige: vanuit de wachtrij voor de ontvangstbalie scherp naar links, dus voor menigeen het eerste praatje. Over onze publicaties, de bekendheid met de website (die nog steeds flink stijgt) en soms over mogelijke medewerking aan het VK-stokpaard of met een idee voor onze Peer Review sessies; de intercollegiale toetsing. Of voor een digitaal abonnement met korting.

Zeer verschillende achtergronden bezoekers
We zijn de pot met visitekaartjes aan het doorspitten en worden telkens weer verrast door de variëteit aan bedrijven die veiligheidskundigen in dienst hebben en over wat hun taken allemaal zijn. ‘Industrie’ is een breed begrip. Bijna zonder uitzondering vertellen onze bezoekers met graagte over het spanningsveld tussen de bedrijfseconomische drijfveren van directies en de praktische behoeften van de (op het gebied van arbeidsveiligheid) aan hen toevertrouwde operationele werknemers. Over de werkdruk en het personeelstekort die beiden de perken te buiten dreigen te gaan. Het helpt om je hart te luchten onder vakgenoten. En zelfs als je dat niet doet is het mooi om je met anderen te kunnen concentreren op technische of operationele problemen. Zonder dat de baas of de opdrachtgever je op de vingers kijkt. En of je het bezoek aan het JIV nu gebruikt als een netwerkmogelijkheid, een echt leermoment of een noodzaak om je SKO-puntje binnen te harken, een aardig uitje is het zeker.

Defensie
Generaal-Majoor Nico van der ZeeDe Veiligheidskundige had een stand te bemannen, wat het onmogelijk maakte om alle sessies te bezoeken. Vele sprekers zijn oude bekenden die ook op onze website, in onze nieuwsbrieven of in ons blad hun stem hebben laten horen. Generaal-Majoor Nico van der Zee, die de imposante Copra-zaal vol kreeg met zijn verhaal over het veiligheidsbeleid bij Defensie, liet in 2019 al van zich horen in het tijdschrift De Veiligheidskundige (het betreffende interview is terug te vinden in De Veiligheidskundige 2019-4) en uiteraard bij alle andere artikelen op het binnenkort voor (digitale) abonnees toegankelijke deel van onze website. Natuurlijk hebben we deze editie ook uitgedeeld op onze stand.

Stint
Marieke Coumans en Edwin RenzenMet excuses aan de vele andere sprekers tijdens de plenaire en break-outsessies noemen we wel het verhaal van Marieke Coumans en Edwin Renzen; zij advocaat en hij mede-uitvinder van de Stint. Respect voor deze moedige mensen die worstelen met het overheidsapparaat en tegelijk een bedrijf overeind moeten zien te houden. Renzen werd na het tragische ongeval in Oss op 20 september 2018 geconfronteerd met een schorsing van de toelating van zijn Stint. Voor zijn bedrijf, Stint Urban Mobility, was dat een zware slag, net als voor de zeer tevreden gebruikers van de circa 3000 Stints die op dat moment in gebruik waren. Ook De Veiligheidskundige volgde de nieuwsberichten en deed verslag.

Lees ook:





Ontwerpen en beproeven
Coumans en Renzen vertelden over het ontwerpproces van de aangepaste Stint, toonden welke oplossingen de ontwerpers hebben bedacht om te voldoen aan de nieuwe eisen en legden uit hoe de richtlijnen voor voertuigen verschillen van die voor machines. In het verleden waren voertuigen uitdrukkelijk uitgezonderd van de Machinerichtlijn. Het nieuwe ontwerp zou (volgens een uitspraak van de Europese Commissie in de zomer van 2019) namelijk óók als machine moeten worden beschouwd. Dat heeft vooral gevolgen voor de bestuurderspositie, want de bestuurder is immers de enige die met de machine aan het werk is. De verkeersveiligheid verlangde onder andere aanpassingen aan de remmen (die niet automatisch in werking mochten treden bij het loslaten van het ‘gas’) en gordels voor de inzittenden. De Machinerichtlijn stelde eisen aan de bedienpositie en verklaarde de eisen aan kooiconstructies van toepassing, net zoals de protectiesystemen van grondverzetmachines. Daardoor werd er met zadels, zijdelingse steunen en relatief zware buisconstructies geëxperimenteerd, inclusief destructieve beproevingen. Renzen toonde beelden van de lastige bevestigingsconstructies van de zware stalen kokers aan de zelfdragende HDPE-passagiersbak en van de zijdelingse en neerwaartse belastingstests met een heftruck en kisten met accu’s als ballast. Dat het eigengewicht en het zwaartepunt hoger kwamen te liggen werd duidelijk. Ook met de vorm van de kooi is ‘gespeeld’ om te zorgen dat het uitzicht van de bestuurder niet werd belemmerd en dat de passagiers (kinderen tot ca. 1m45) hun hoofd niet zouden stoten. Dat risico werd verder ingedamd door het gebruik van schuim als ommanteling.

Machinerichtlijn voor voertuigen
Dat het voldoen aan zowel de verkeersveiligheidseisen als aan de Machinerichtlijn heel lastig is, bleek onder meer uit de reacties van de vele deskundigen in de zaal: voorkeuren voor zadels, beugels en beschermingsconstructies werden niet unaniem verworpen of goedgekeurd. Voor elke oplossing werden vele nieuwe problemen en beperkingen aangedragen, maar het uiteindelijke resultaat zou goede kansen moeten maken. Renzen toont het ontwerp van het nieuwe voertuig zoals dat nu (januari 2020) is aangeboden aan de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Het voertuig heeft een steunpaneel tussen de benen van de bestuurder gekregen, een uit twee omgekeerde U-beugels bestaande rolkooi en twee achteruitkijkspiegels op de achterste portaalbuis. Naar verluidt zal de nieuwe naam Buszy worden.

Negentig procent gewijzigd
‘Van het oorspronkelijke ontwerp van de Stint is eigenlijk alleen de aandrijflijn ongewijzigd gebleven’, zegt Renzen. ‘We hebben ongeveer negentig procent aangepast, ook al is er zeker nog uiterlijke gelijkenis. Voor ons was de Machinerichtlijn een flinke omslag: waar de Automotive-sector star is en zich kenmerkt door middelvoorschriften, merk je dat de Machinerichtlijn net als de Arbowet doelvoorschriften kent en dus mogelijkheden biedt voor onderbouwde alternatieven.’

Heel veel expertise
De volgens de oude richtlijnen als bijzondere bromfietsen toegelaten voertuigen (7 modellen, allemaal voor één persoon zoals bijvoorbeeld de Segway) zullen niet hoeven te worden aangepast. Fabrikanten van nieuwe voertuigen zullen met complexere regels te maken krijgen. De Stint heeft de spits mogen afbijten en is voor en/of na het ongeval aan de tand gevoeld door TNO, ILT, Dekra, de RDW, het NFI, de Onderzoeksraad voor Veiligheid en de NVWA, allemaal met hun eigen expertise en specifieke aandachtspunten. Dat een arbeidsmiddel/voertuig veilig moet zijn blijft het uitgangspunt. ‘Bij de Stint was echter ook de procesveiligheid een belangrijk aandachtspunt’, benadrukt Renzen in een gesprekje na de presentatie. ‘Er is bijvoorbeeld (al voor het ongeval, red.) overleg geweest over de totale lengte, die maximaal 2 meter zou mogen zijn in plaats van de huidige 2m30. Daarmee zouden we van tien naar acht zitplaatsen terug hebben moeten gaan en dat zou bij veel kinderdagverblijven betekenen dat er een of twee kinderen achter moesten blijven of apart naar huis moesten reizen. Daarmee zou je nieuwe risico’s introduceren.’ Renzen heeft ondanks de tijdrovende beoordelings- en beproevingsprocedures vertrouwen in de goede afloop. Op de vraag wanneer zijn voertuig weer op de weg verschijnt antwoordt hij laconiek: ‘Zodra de toelating rond is’.
De Veiligheidskundige leeft mee en wenst Renzen veel succes.

Zie ook ons eerder gepubliceerde foto-verslag:
Datum: 03 februari 2020
Auteur: DVK Redactie
© De Veiligheidskundige
Premium partners

Vacatures

HSE Officer

HBO | Zuid

Process Safety Engineer (full-time)

HBO | Randstad, West

KAM Coordinator

HBO | Zuid

QHSE Adviseur

HBO | Randstad, West