Skip to main content

Validatieonderzoek asbest: “kunde” of “kunstje”?

| Niels Leerling
Foto: Validatieonderzoek, Jean-Pierre Ghijsens, Ghijsens Advies B.V., 2025

Blootstellingsonderzoek bij asbestsanering wordt vaak uitgevoerd door hogere veiligheidskundigen. De Nederlandse Arbeidsinspectie vindt dit een onwenselijke ontwikkeling. Blootstellingsonderzoek is namelijk het vakgebied van de arbeidshygiënist. In dit artikel leest u waarom. 

Werknemers “at risk”

Asbest is in ons land nog steeds een van de voornaamste oorzaken van sterfte door blootstelling op het werk. Ieder jaar overlijden rond de 500 personen aan mesothelioom (longvlieskanker), plus naar schatting minimaal eenzelfde aantal aan longkanker. 1,2
Een groot deel van deze sterfte wordt veroorzaakt door historische blootstelling. Maar ook nu nog kunnen werknemers in de sector worden blootgesteld aan asbest. De circa 8.000 werknemers in de gecertificeerde verwijdering van asbest zijn “at risk”. Dit betekent dat zij dagelijks nog werken met asbest in gebouwen en (proces)installaties van vóór het asbestverbod (1994).

Verwijdering van niet-hechtgebonden asbestmateriaal zonder bronmaatregelen leidt zelfs nog tot concentraties die ver boven de grenswaarden uitkomen, tot (vele) miljoenen asbestvezels/m3. Juist vanwege die enorme gezondheidsrisico’s wordt het nodige van de bedrijven gevergd.  Lichtzinnigheid bij asbestsaneerders en over blootstellingsbeoordelingen is wel het laatste wat we kunnen gebruiken.

Validatieonderzoek

Asbestbronnen die vanwege hun eigenschappen onder risicoklasse[1] 2(a) gesaneerd moeten worden, kunnen soms ook onder risicoklasse 1 gesaneerd worden. Het moet dan wel wetenschappelijk onderbouwd zijn dat de blootstelling aan asbest onder de wettelijke grenswaarde van 2.000 vezels/m3 als gemiddelde over 8-uur werkdag blijft. Dit kan met een validatieonderzoek.
Validatieonderzoek is een blootstellingsonderzoek dat plaatsvindt na een asbestinventarisatie. In het blootstellingonderzoek bewijs je of de voorgestelde werkmethode de blootstelling aan asbest verlaagt tot onder de grenswaarde. Als dit het geval is, kan in een lagere risicoklasse worden gewerkt. Er zijn twee soorten validatieonderzoek:

1.    Landelijke validatie; een bepaalde werkwijze of protocol, goedgekeurd door het VIP (Validatie- en Innovatiepunt Asbest | VIPAsbest) die toepasbaar is bij meerdere saneringen op verschillende locaties. Denk bijvoorbeeld aan beglazingskitprotocol.

2.    Projectvalidatie; een bepaalde werkwijze behorende bij een unieke locatie, een project. Een voorbeeld is een flat met vergelijkbare asbesthoudende materialen per te saneren ruimte of een rij garageboxen in een straat.

Een sanering die op basis van validatieonderzoeken wordt “teruggeschaald” naar risicoklasse 1 lijkt op het oog minder risicovol, omdat de blootstelling in theorie onder de grenswaarde blijft. Het werkelijke blootstellingsrisico staat of valt echter met de maatregelen die de saneerder neemt om de blootstelling te verminderen. De ervaring van de Arbeidsinspectie leert dat bedrijven niet altijd dezelfde beschermende maatregelen nemen als tijdens het validatieonderzoek. Hierdoor komt de blootstelling weer boven de grenswaarde uit en ontstaan er onacceptabele gezondheidsrisico’s voor werknemers.3

NEN 2939

De NEN 29394 beschrijft hoe je een geschikte meetstrategie kiest, de wijze van monsterneming en analysemethode, de interpretatie van de meetresultaten en welke informatie in de rapportage terug moet komen. De NEN 2939 schrijft voor, dat aan iedere studie een zgn. ‘beoordelaar’ verbonden is. Deze beoordelaar is verantwoordelijk voor het op de juiste wijze uitvoeren van het onderzoek.
Deze beoordelaar moet een persoon zijn met een arbeidshygiënische achtergrond, met voldoende ervaring in het uitvoeren van blootstellingsonderzoek om de beoordeling uit te voeren volgens de stand van de wetenschap.

De Arbeidshygiënist

Asbest is een kankerverwekkende stof. In het Certificatieschema voor arbodeskundigen5 is het onderwerp blootstelling aan kankerverwekkende stoffen belegd bij de arbeidshygiënist.

Een arbeidshygiënist houdt zich bezig met risico’s van chemische stoffen, fysische factoren, biologische agentia en fysieke belasting. De arbeidshygiënist wil voorkomen dat werknemers op (meestal) lange termijn ziek worden door hun werk. Veiligheidskundigen richten zich veel meer op de acute veiligheidsrisico’s waarbij letsel vaak direct optreedt. Veiligheidskunde en arbeidshygiëne zijn dus duidelijk verschillende vakgebieden, met verschillende opleidingen en verschillende inzichten. 

Het beoordelen van gezondheidsrisico’s is een cruciale stap in de planning van een asbestsanering. Dit omvat onder meer het evalueren van de mate van blootstelling van werknemers aan asbest. Arbeidshygiënisten maken gebruik van verschillende meet- en monitoringstechnieken om deze risico’s nauwkeuring te beoordelen en te kwantificeren, zoals deze ook in de NEN 2939 zijn voorgeschreven. Het zit in het DNA van de arbeidshygiënist om bij validaties na te denken over de wijze waarop het onderzoek moet worden uitgevoerd, en onder welke omstandigheden dit het beste gedaan kan worden. Ook zijn zij er alert op dat de omstandigheden die de uitkomst van de metingen beïnvloeden tijdens het werk kunnen veranderen, en weten zij hoe daarop in te spelen. Tenslotte weten ze op welke manier een gedegen validatierapport moet worden geschreven.

De praktijk

De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft in de periode 2020-2023 bij 40 validatieonderzoeken of gevalideerde projecten geïnspecteerd. In het asbest werkveld komen we veel hogere veiligheidskundigen tegen die werken in het vakgebied van de arbeidshygiënist. Dat leidt tot fouten in de werkuitvoering.
De Nederlandse Arbeidsinspectie blijft de ontwikkelingen volgen en schroomt niet handhaving in te zetten, wanneer de kwaliteit van validatierapporten en de uitvoering van gevalideerde werkzaamheden niet voldoen aan de wet- en regelgeving.

Bij ruim de helft van deze inspecties zijn tekortkomingen vastgesteld. Hieronder geven we daar een kort overzicht van.

Onjuist toepassen van de richtlijn (NEN 2939):

  • De werkzaamheden tijdens de validatiemetingen zijn niet steeds op dezelfde manier uitgevoerd. Daardoor is er niet één specifieke werkwijze vast te stellen waarmee gewerkt kan worden in risicoklasse 1.
  • De omstandigheden en bijzonderheden tijdens de metingen worden niet goed vastgelegd in het validatierapport, waardoor onduidelijkheid bestaat over de uitkomst van de meting.
  • De werkmethode tijdens de validatiemetingen is niet duidelijk of niet op dezelfde manier in het werkplan opgenomen.

Onjuist (anders) uitvoeren van de saneringswerkzaamheden:

  • De werkzaamheden tijdens de sanering worden anders uitgevoerd dan dit tijdens de validatiemetingen gebeurde. Het werktempo ligt tijdens de sanering bijvoorbeeld hoger. Er ontstaat meer breuk dan verwacht of er is hevigere mechanische bewerking nodig om de asbestbron te verwijderen.
  • De werkwijze uit het werkplan wordt door de uitvoerende saneerders als ‘niet werkbaar’ gekwalificeerd en daarom passen ze dit niet correct toe. Bijvoorbeeld: de inwerktijd van bevochtigingsmiddelen wordt niet nageleefd.

Tot slot

Het werken met asbest brengt gezondheidsrisico’s met zich mee. Werknemers moeten erop kunnen vertrouwen dat zij het werk veilig uit kunnen voeren. Dat vertrouwen is nog belangrijker bij asbestwerkzaamheden die zijn afgeschaald met een validatie. Validatieonderzoek moet goed en zorgvuldig gebeuren. Om die zorgvuldigheid te waarborgen, moet de juiste deskundigheid worden betrokken. Voor validatieonderzoek moet u de arbeidshygiënist hebben: “Het is namelijk kunde en niet een kunstje!

Auteur: Niels Leerling
Arbeidshygiënist en hogere veiligheidskundige bij de Nederlandse Arbeidsinspectie

Bronnen

  1. Jaarverslag 2024, Instituut voor Asbestslachtoffers (https://asbestslachtoffers.nl/app/uploads/2025/04/4866042-Q-IAS-Jaarverslag-2024-V4.pdf)
  2. Gezondheidseffecten van asbest (https://www.rivm.nl/publicaties/gezondheidseffecten-van-asbest-huidige-en-toekomstige-omvang-in-nederland)
  3. Programmarapportage Asbest, Nederlandse Arbeidsinspectie, januari 2025 (https://www.nlarbeidsinspectie.nl/documenten/2025/01/09/programmarapportage-asbest)
  4. NEN 2939; 2021 (https://www.nen.nl/nen-2939-2021-nl-286313)
  5. Certificatieschema arbodeskundigen (ADK) (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-39674.html)

1 De risicoklassen kunnen worden onderverdeeld in risicoklasse 1, 2 en 2a. Bij risicoklasse 1 wordt de blootstellingsnorm (grenswaarde) niet overschreden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een losliggende asbesthoudende cementplaat of een asbesthoudend koord in een kachel die in zijn geheel wordt verwijderd. Voor de andere twee risicoklassen geldt dat er een overschrijding plaatsvindt van de grenswaarde, risicoklasse
2 geldt voor chrysotiel en 2a voor amfibool asbest en de sanering moet dan onder strikte voorwaarden plaatsvinden.

Datum: 24 maart 2026
Auteur: Niels Leerling
© De Veiligheidskundige
Premium partners

Vacatures

Process Safety Engineer (full-time)

HBO | Randstad, West

Adviseur veiligheid en gezondheid

HBO | Midden

Arbo & Preventie Coördinator

HBO, MBO | Oost

SHE Specialist | Safety, Health, Environmental | Food

HBO, MBO | West