Michiel ter Bekke kijkt graag hoe het wél kan
HVK’er en bijna-arbeidshygiënist Michiel ter Bekke is de zoon van een wethouder. Hij zag zijn vader compromissen sluiten. Dat heeft hem gevormd. Als het om veiligheid gaat, kun je natuurlijk geen compromissen sluiten. Toch doet hij het. Omdat veiligheid ook werkbaar moet zijn. ‘Ga eens met elkaar in gesprek. En vergeet de medewerkers niet, die hebben vaak de beste ideeën.’
Biografie
Michiel ter Bekke (Zwolle, 1974) begon zijn loopbaan onderaan de ladder, met een schop in zijn hand. Hij begon in de bouw, werd assistent-uitvoerder en maatvoerder bij grote projecten en werkte daarnaast 12,5 jaar lang bij de vrijwillige brandweer. Bij de buitendienst van de gemeente Zwolle kreeg hij kansen om door te groeien. Hij werd ploegleider, lid van het Arbo-team en de BHV-organisatie, ging de VCA-certificering begeleiden, RI&E’s uitvoeren en was preventiemedewerker.
Hij begon in 2017 zijn bedrijf Arbo Consultancy Ter Bekke. Als zelfstandige doet hij heel diverse projecten op het gebied van veiligheid. Hij is lead-auditor voor ISO- en Veiligheidsladder-certificeringen, stelt plannen op, implementeert en toetst ze. Hij is kerndeskundige HVK voor twee arbodiensten. Hij geeft opdrachtgevers (KAM-)advies, doet onderzoek, begeleidt teams en medewerkers, pakt (interim)klussen op en staat voor de klas om training te geven. Zo verzorgde hij de module Zorgsystemen voor de Belgische HVK-opleider Prevent en leidt hij keurmeesters en preventiemedewerkers op. Zelf zegt hij: ‘Ik doe haast te veel om op te sommen. Alles wat past bij een gecertificeerd kerndeskundige zit in mijn takenpakket. En ja, ik slaap ook nog.’
Hij werd MVK’er in 2016, HVK’er in 2020, rondde de opleiding RI&E toetsingen af in 2022 en is nu bezig met de opleiding tot arbeidshygiënist. Als dat klaar is, begint hij weer aan iets nieuws. Hij is nooit uitgeleerd; de ADR-richtlijnen liggen op zijn nachtkastje. En ook nooit uitgewerkt. Als zijn gezin ’s avonds een filmpje kijkt, pakt hijzelf vaak de laptop er nog even bij. ‘Ik mag gewoon heel graag werken. Ik vind ook alles leuk om te doen. Dat plezier gun ik iedereen.’
Voor zijn ontspanning doet hij aan motorrijden. Maar ook dat moet veilig gebeuren, met extra lessen, een slipcursus, regelmatig een bochtentraining. En hij rijdt met een felgeel hesje aan en een gele helm op. Veiligheid in het verkeer begint met zichtbaarheid, vindt hij.
Hoe ben je beland in de veiligheid?
‘Hard werken heb ik met de paplepel naar binnen gekregen. Mijn vader was wethouder.
Die was altijd ’s avonds aan het werk of stukken aan het lezen. Ik ben met werken begonnen in de wegenbouw. Na de crisis in de bouw, in het begin van de eeuw, ging ik bij gemeente Zwolle werken als servicemedewerker civiel en chauffeur voor de winterdienst. Er kwam van alles op mijn pad waar ik wel iets van wist of iets mee kon, en wat ik leuk vond. Ik kreeg kansen om me verder te ontwikkelen. Ik ging helpen met de VCA-certificering, bijvoorbeeld.
In de bouw was ik wel onveilige situaties tegengekomen. Ik heb helaas wel asbest ingeademd omdat de bescherming niet op orde was. Met gehoorbescherming nam de sector het toen ook niet zo nauw. Ik had soms een zere rug en kapotte handen van het straatwerk. Die ervaring, samen met de brandweerervaring die ik had, maakte dat bij mij de wens groeide om de veiligheid voor mensen beter te maken. Ik kreeg bij Zwolle alle kansen om dat te doen. Zo rolde ik van het een in het ander. Ik zag kansen en mogelijkheden om werk beter, gezonder en veiliger te maken.’
Je bent docent en trainer. Wat onderwijs je precies?
‘Ik geef verschillende trainingen voor verschillende organisaties. Zo train ik keurmeesters en medewerkers van gemeenten in veiligheidsbewustzijn. Kennis delen vind ik heel leuk, dat doe ik gul. Alles wat ik meegemaakt heb, deel ik met cursisten. Inmiddels heb ik 19 jaar ervaring in veiligheid. Op veel plekken ben ik geweest, van scheepswerven tot chemieparken en er is bijna niets wat ik niet heb gezien. Alles kun je gebruiken om te delen. Niet alleen de kennis, maar ook het verhaal erachter. Waaróm doen we de dingen zoals we ze doen? Het antwoord is vaak: dat moet van wet- en regelgeving. Maar dat heeft dus een reden en daar vertel ik graag over.
Een keurmeester kijkt of een apparaat voldoet aan de normen. Maar hij kijkt niet naar de mens die het apparaat gebruikt. Ik haal er veel voldoening uit als zo’n keurmeester aan het einde van de dag de motivatie heeft gevonden om breder te kijken bij zijn keuring. Als je verder kijkt dat ‘het dingetje’, kun je ongevallen voorkómen.’
Waarom past het bij jou om kennis over te dragen?
‘Er is niets mooiers dan voor de klas staan. Het geeft me veel energie. Ik ben intrinsiek gemotiveerd om de wereld, de bedrijven en de mensen een stukje veiliger te maken. Het motiveert mij als mensen ’s avonds gewoon weer veilig naar huis kunnen. Daar doe ik het voor. Ik weet wat mij overkomen is: ik heb asbest staan slijpen. Ik weet niet wat dit straks voor resultaat heeft voor mijn gezondheid. Maar als ik het kan voorkómen bij anderen, dan draag ik dat steentje graag bij. De motivatie om kennis daarover delen, meer bewustzijn te creëren én ervoor te zorgen dat mensen een leuke dag hebben, is diepgeworteld bij mij. Ik wil graag bereiken dat iedereen die les krijgt van mij een beetje beter is geworden aan het einde van de dag.
Dat bereik ik het beste door trainingen waarin ik ook iets van mezelf kwijt kan. Dus niet alleen mensen klaarstomen voor een certificaatje, maar trainingen waarbij ik uit kan wijden over onderwerpen die ik belangrijk vind. Zoals de spanning tussen wetten, regels en werkbaarheid. Hoe kunnen we zo veilig mogelijk werken zonder onszelf lam te laten leggen door wat we denken dat moet.’
Je omschrijft jouw vakgebied als ‘veiligheid, gezondheid en welzijn’. Bij welke van deze drie aspecten ga jij echt ‘aan’?
‘Tussen deze drie kan ik geen keuze maken. Ik ga aan als we met geborgde veiligheid goed kunnen zorgen voor de gezondheid van werkende mensen, waardoor hun welzijn voorop kan staan. Door aandacht te hebben voor veiligheid, door bijvoorbeeld te zorgen voor beschermingsmiddelen en goede materialen, help je de gezondheid van medewerkers. Ze lopen minder risico. En als een gezond iemand leuk werk heeft dat hij veilig kan doen, dan draagt dat bij aan welzijn. Als je het ene niet hebt, kun je het andere niet bereiken. Deze thema’s zitten zó dicht tegen elkaar aan. Als je aan de ene knop draait, heeft dat effect op de volgende.’
Hoe helpt de grote hoeveelheid praktische ervaring die je hebt bij het adviseren en ondersteunen van je klanten?
‘Toen ik werkte in bijvoorbeeld woning- en wegenbouw en bij de brandweer heb ik dingen meegemaakt die goed gingen, en dingen die niet goed gingen. Dat heeft me veel gebracht. Ik heb oog gekregen voor de mannen en vrouwen die het werk uitvoeren en ’s avonds weer gezond naar huis willen. Door mijn praktische ervaring kan ik snel de vertaalslag maken tussen de managementlaag en de werkvloer. Hoe ga je in gesprek over veiligheid? De werkvloer, dat was ik zelf, dus dat stapje kan ik makkelijk maken. Dat is de grote kracht die ik heb, denk ik. Ik kan in de directiekamer duidelijk maken wat de impact van een maatregel is, of het uitblijven ervan, voor de uitvoerende mensen. En met hen kan ik makkelijker praten over ‘Hoe hèj ’t nou en hoe giet ’t nou?’
Opdrachtgevers nemen eerder iets van mij aan door de ervaring die ik meeneem. Ik kan uitleggen waarom iets moet. Of waarom de ene aanpak beter is dan de andere. Als MVK’er stond ik met de poten in de klei. Als HVK’er weet ik welke regels gelden voor de mensen die met de poten in de klei staan. Waar is beleid op gebaseerd? Welke aanpak kunnen we het beste kiezen? De combinatie van die twee maakt mij denk ik wel een goede gesprekspartner voor directies.’
Wat zijn de leuke kanten van je vak? En wat is corvée?
‘Als een tevreden klant opnieuw bij mij aanklopt, dan vind ik dat heel erg leuk. De klanten die ik in mijn eerste jaar als ondernemer kreeg, heb ik nog steeds. Niemand zegt: “Ik ga de volgende keer wel naar een ander.” Ik vind het leuk als een klant zichzelf, zijn bedrijf en zijn medewerkers herkent in mijn rapporten en aan de slag kan met mijn advies. Soms krijg ik een kerstpakket van een klant. Dat pakket heb ik niet nodig, maar ik vind het fijn dat klanten vinden dat ik erbij hoor. Ik zie dat als een groot compliment, het geeft me voldoening.
De auditrapportages, dat vind ik corvée. Je moet die rapportages maken volgens een strak format, anders stuurt de raad van accreditatie je weer terug. Dus zo’n rapport maak ik feitelijk niet voor de klant en dat stoort mij. Door de vele bijlages en de ingewikkeldheid begrijpt de klant er niks meer van. Ik maak natuurlijk wel een samenvatting voor hem, met verbeterpunten erin. Maar die bureaucratie stoort mij.’
Welke capaciteiten heb je als veiligheidskundige nodig, denk je?
‘Je hebt inlevingsvermogen nodig, op welk niveau je ook werkt. Je moet gesprekspartner zijn voor je klant, kunnen levelen, en begrip hebben voor zijn zienswijze. Of die nou goed of fout is. Je moet de zaken niet alleen strak benaderen vanuit de theorie. Als je dat doet, verlies je het contact met je klant. Soms is een compromis essentieel om management en medewerkers mee te krijgen in een andere, veilige, werkwijze.
Zelf heb ik veel gehad aan deze vaardigheid om zowel gesprekspartner te kunnen zijn én compromissen te kunnen sluiten.’
Welke aanbevelingen heb je vanuit jouw werk/praktijk voor vakgenoten?
‘Geld verdienen is leuk, maar voldoening over de impact die je hebt en het resultaat dat je bereikt, is nog veel leuker. Natuurlijk moet iedereen brood op de plank hebben, maar neem een klus niet alleen aan voor het geld. Maak het verschil als het om veiligheid gaat! Klanten waarderen dat. Stel impact hebben boven geld verdienen. Dat is het beste wat je kunt doen voor de duurzaamheid in je business.
Een heel ander onderwerp: mij valt op dat werkgevers zieke medewerkers in negen van de tien gevallen als lastig ervaren. Ik zou willen zeggen tegen die werkgevers: ben je al met elkaar in gesprek geweest? Want ziek betekent meestal niet dat mensen níks kunnen.’
Wat is eigenlijk je stokpaard?
‘Dat mijn vader wethouder was, daar heb ik veel van opgestoken. In de politiek ben je altijd bezig met compromissen sluiten. Dat pas ik toe in mijn werk, want compromissen helpen bedrijven om het beter te doen, ook als het om veiligheid gaat! De wetten en regels zijn strak. Die kun je één-op-één proberen toe te passen, met een onbevredigend resultaat als gevolg. Je kunt ook kijken hoe iets praktisch wél haalbaar is, terwijl het nog steeds heel veilig is. Het boek Veiligheidscultuur 4.0 van Anne-Marie Vanhooren is wat dat betreft interessante literatuur. Denk in kansen, er kan veel meer dan je denkt. Alleen: dat vergt creativiteit, kennis en ervaring. Met die zoektocht naar wat kan ben ik dagelijks bezig: met het gesprek samen aangaan om zaken toch werkbaar te krijgen. Ik merk vaak dat medewerkers zelf daar best ideeën bij hebben. Maak daar gebruik van.’
VK-stokpaard
Agenda
Vacatures
Process Safety Engineer (full-time)
Adviseur veiligheid en gezondheid
Arbo & Preventie Coördinator